type: AHcoll:
Rb. Limburg, 31-01-2024, nr. C/03/311292 / HA ZA 22-501
ECLI:NL:RBLIM:2024:7775
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
31-01-2024
- Zaaknummer
C/03/311292 / HA ZA 22-501
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2024:7775, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 25‑09‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:523
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:1631
ECLI:NL:RBLIM:2024:1631, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 27‑03‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:7775
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:523
ECLI:NL:RBLIM:2024:523, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 31‑01‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:1631
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2024:7775
Uitspraak 25‑09‑2024
Inhoudsindicatie
Aanvullend voorschot deskundige toegewezen, komt niet onredelijk voor.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/311292 / HA ZA 22-501
Vonnis van 25 september 2024
in de zaak van
1. [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat: mr. T.N. Vis,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.J.L. Tacx.
Partijen zullen hierna eisers (mannelijk meervoud) en gedaagde genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:- het tussenvonnis van 27 maart 2024,
- -
het e-mailbericht namens de in het tussenvonnis benoemde deskundige van 26 augustus2024,
- -
de reactie namens [eisers] , ontvangen op 29 augustus 2024,
- -
de reactie namens [gedaagde] , ontvangen op 16 september 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het verzoek en de beoordeling
2.1.
Bij tussenvonnis van 27 maart 2024 is door de rechtbank een onderzoek door een deskundige bevolen en is de heer F Arnoldus, werkzaam bij Loyal Experts, benoemd tot deskundige in onderhavige zaak. Door de deskundige is de rechtbank bericht dat het eerder opgegeven voorschotbedrag dreigt te worden overschreden en is verzocht om een aanvullend voorschot van € 4.693,74 (inclusief btw).
2.2.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over de aanvulling van het voorschot.
2.3.
[eisers] maken bezwaar tegen de hoogte van het aanvullend voorschot. [eisers] kunnen zich wel vinden in de aanvullende kosten voor wat betreft het overleg met betrekking tot het uitnodigen van een gemachtigde bij het onderzoek ter plaatse, de planning en de begrote reiskosten, maar zij stellen dat er voor het overige geen bijzondere kostenverhogende omstandigheden hebben plaatsgevonden, die een aanvullend voorschot rechtvaardigen. Bovendien zijn [eisers] van mening dat [gedaagde] de kosten van een eventueel aanvullend voorschot moet dragen, nu [gedaagde] zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden en uit het conceptrapport volgt dat sprake is van zeer ernstige tekortkomingen.
2.4.
[gedaagde] is eveneens van mening dat het verzoek om een aanvullend voorschot dient te worden afgewezen. Ook hij stelt dat zich geen bijzondere bijkomende kostenverhogende omstandigheden hebben voorgedaan. De vraag voor wiens rekening de kosten van het deskundigenonderzoek zouden moeten komen, dient bij het eindvonnis te worden beantwoord, aldus [gedaagde] .
2.5.
De deskundige heeft de omvang van de werkzaamheden in zijn verzoek toegelicht. Hoewel het verzochte aanvullend voorschot zonder meer fors te noemen is, komt het voorschot de rechtbank – gelet op deze toelichting – desondanks niet onredelijk voor. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat het (aanvullend) voorschot eveneens door [eisers] dient te worden gedeponeerd. Het definitieve oordeel omtrent de kosten zal in het eindvonnis worden gegeven.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 4.693,74 inclusief btw,
3.2.
bepaalt dat dit aanvullend voorschot door [eisers] , dient te worden voldaan,
3.3.
voor het voldoen van het voorschot zal het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht op korte termijn een nota verzenden, welke nota uiterlijk twee weken na deze uitspraak dient te zijn voldaan,
3.4.
wijst de deskundige erop dat hij het aanvullend onderzoek pas na bericht van de griffier omtrent betaling van het aanvullend voorschot dient voort te zetten,
3.5.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier weken na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 25‑09‑2024
Uitspraak 27‑03‑2024
Inhoudsindicatie
Bij eerder tussenvonnis voorgestelde deskundige wordt benoemd.
Partij(en)
RECHTBANK Limburg
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/311292 / HA ZA 22-501
Vonnis van 27 maart 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
1. [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat: mr. T.N. Vis,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.J.L. Tacx.
Partijen zullen hierna [eisers] (mannelijk meervoud) en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het tussenvonnis van 31 januari 2024,
- -
de akte uitlaten na tussenvonnis van [gedaagde] ,
- -
de akte uitlating van [eisers]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
2.1.
Bij tussenvonnis van 31 januari 2024 heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen, eventueel aanvullende vragen voor te stellen en over de aan het tussenvonnis gehechte offertes van de door de rechtbank aangezochte deskundigen, te weten de heer F. Arnoldus van Loyal Experts (hierna: Loyal Experts) en de heer [naam deskundige] van ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (hierna: ZNEB). Partijen hebben bij akte na tussenvonnis zich aldus uitgelaten.
De te benoemen deskundige
2.2.
Gelet op de hoogte van de kostenbegrotingen van de deskundigen, geeft [gedaagde] de voorkeur aan het benoemen van Loyal Experts tot deskundige. [eisers] hebben naar voren gebracht dat de kostenbegrotingen van beide deskundigen hen (extreem) hoog voorkomen. [eisers] geven de voorkeur aan ZNEB, omdat dit rapport hen vollediger en professioneler voorkomt.
2.3.
Hoewel [eisers] een opmerking hebben gemaakt over de hoogte van de kostenbegrotingen, hebben zij daaraan niet de stelling verbonden dat de aangezochte deskundigen om die reden niet tot deskundige moeten worden benoemd. Aan de opmerking van [eisers] gaat de rechtbank dan ook voorbij. De kostenbegrotingen van de deskundigen komen de rechtbank overigens ook niet buitensporig hoog voor, gelet op de omvang van de opdracht, de tijd die nodig zal zijn voor het onderzoek en het opstellen van het rapport. Gelet op de standpunten over en weer zal de rechtbank overgaan tot de benoeming van de heer Arnoldus van Loyal Experts tot deskundige in deze zaak. De rechtbank overweegt daartoe dat de kostenbegroting van Loyal Experts lager is dan die van ZNEB en partijen beiden hebben aangegeven dat de hoogte van de kostenbegroting voor hen van belang is. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat de stelling van [eisers] , inhoudende dat de kostenbegroting van ZNEB hen vollediger en professioneler voorkomt, onvoldoende concreet is om niet tot benoeming van de heer Arnoldus van Loyal Experts over te gaan.
De vraagstelling
2.4.
[eisers] hebben geen opmerkingen over de door de rechtbank bij tussenvonnis van 31 januari 2024 (r.o. 4.4.5) geformuleerde vragen. [eisers] hebben wel aanvullende vragen gesteld. [eisers] verzoeken om de deskundige ook vragen voor te leggen omtrent de dakkapel en de lekkages. Daarnaast verzoeken [eisers] ook om de door hen geformuleerde vragen met betrekking tot de overige werkzaamheden (volgens [eisers] bestaande uit de elektrawerkzaamheden, de loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden) aan de deskundige voor te leggen. [eisers] achten het van belang dat de te benoemen deskundige wordt verzocht zich uit te laten over de vraag in hoeverre de door [gedaagde] verrichte elektrawerkzaamheden, loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden gebrekkig zijn, op welke wijze de (eventuele) gebreken hersteld kunnen worden en wat de kosten zijn van dit herstel.
2.5.
[gedaagde] kan zich ook vinden in de door de rechtbank bij tussenvonnis geformuleerde vragen en heeft tevens aanvullende vragen gesteld. [gedaagde] acht het ten aanzien van de badconstructie van belang dat de te benoemen deskundige wordt verzocht zich uit te laten over de vraag welke (aanvullende) aanneemsom redelijkerwijs geoffreerd zou zijn voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer en de vraag of de deskundige van mening is dat voor het aanbrengen van de OSB platen en Fermacell platen met een laminaat vloerafwerking door die derde gewaarschuwd had moeten worden en zo ja, welke invloed dat heeft op de (herstel)kosten en zo nee, waarom niet. [gedaagde] verzoekt verder de deskundige drie vragen voor te leggen omtrent de dakconstructie en de scheurvorming.
2.6.
De rechtbank overweegt omtrent de aan de deskundige voor te leggen vragen als volgt.
2.7.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de door [eisers] voorgestelde zes vragen onder “overige werkzaamheden” (te weten de vragen omtrent de elektrawerkzaamheden, de loodgieterswerkzaamheden en de afwerk-/afbouwwerkzaamheden) aan de vraagstelling toe te voegen. De rechtbank overweegt daartoe nu [eisers] onvoldoende duidelijk hebben gemaakt dat [gedaagde] ten aanzien van deze werkzaamheden tekortgeschoten zou zijn in de nakoming van de overeenkomst. Noch in het lichaam van de dagvaarding, noch tijdens de mondelinge behandeling is dit verwijt aan het adres van [gedaagde] voldoende concreet door [eisers] naar voren gebracht. De rechtbank neemt hierbij ook in aanmerking dat deze “overige werkzaamheden” in het (partij)deskundigenrapport van Wouters nergens worden vermeld. Hoewel die werkzaamheden wel worden vermeld in de schadebegroting van AKC Bouw, kan de rechtbank, zonder enige toelichting van [eisers] die ontbreekt, daaruit niet destilleren welke verwijten [gedaagde] ten aanzien van deze “overige werkzaamheden” concreet worden gemaakt en waarom. De rechtbank zal om die reden de voorgestelde vragen onder “overige werkzaamheden” niet aan de vraagstelling toevoegen.
2.8.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de door [eisers] voorgestelde vragen ten aanzien van de dakkapel en de lekkages aan de vraagstelling toe te voegen. De rechtbank zal derhalve de volgende vier vragen toevoegen aan de aan de deskundige te stellen vragen:
Dakkapel
- -
In hoeverre is de dakkapel (los van de dakconstructie) van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
- -
Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Lekkages
- -
Wat is de oorzaak van de verschillende lekkages? Is dit toe te rekenen aan (gebrekkig) uitgevoerde werkzaamheden door [gedaagde] ? Zo ja, geef daarvan een beschrijving.
- -
Welke (gevolg)schade is ontstaan door de lekkages? Wat zijn de kosten van dit herstel?
2.9.
De rechtbank neemt de door [gedaagde] voorgestelde vraag of de deskundige van mening is dat voor het aanbrengen van de OSB platen en Fermacell platen met een laminaat vloerafwerking door die derde gewaarschuwd had moeten worden, niet in de vraagstelling over. De rechtbank overweegt daartoe dat aan een deskundige slechts vragen over een feitelijk gebeuren kunnen worden voorgelegd, terwijl de voorgestelde vraag in de kern (“rust op een derde een waarschuwingsplicht”) een vraag van juridische aard is.
2.10.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de overige door [gedaagde] voorgestelde vragen toevoegen aan de aan de deskundige te stellen vragen, te weten:
Dakconstructie
- Is de storm(schade) van 20 mei 2022 een aanwijsbare oorzaak voor de gestelde daklekkage(s). Zo ja, kunt u aangeven in welke mate?
Badconstructie
- Welke (aanvullende) aanneemsom zou redelijkerwijs zijn geoffreerd voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer?
Scheurvorming
- -
Is de storm(schade) van 20 mei 2022 ook een aanwijsbare oorzaak voor de scheurvorming. Zo ja in welke mate, zo nee, waarom niet?
- -
Is sprake van aftrek nieuw voor oud? Zo ja, in welke mate? Zo nee, waarom niet?
Overige opmerkingen [eisers]
2.11.
[eisers] merken bij akte op dat zij de te benoemen deskundige nog het volgende willen meegeven. Op het moment dat de deskundige zou oordelen dat herstel (ook) op een andere wijze kan plaatsvinden dan volledige sloop van her-/nieuwbouw van het dak/de verdieping, dan verzoeken [eisers] om in de herstelkostenbegroting rekening te houden met het risico dat een herstellende partij loopt bij dergelijke herstelwerkzaamheden. Volgens [eisers] blijkt namelijk uit navraag bij diverse externe partijen dat deze partijen niet bereid zijn om een dergelijk risico te nemen en in dat geval ook geen garanties kunnen waarborgen. [eisers] verzoeken tevens de deskundige om, bij het bepalen van de herstelkosten en het gebruiken van materialen, er rekening mee te houden dat er volgens [eisers] al bijna twee jaar structureel sprake is van lekkages waardoor de materialen zijn aangetast. [eisers] verzoeken de deskundige ook rekening te houden met de omstandigheid dat een aannemer die op het werk van een vorige aannemer bouwt volgens [eisers] een risicopercentage zal opnemen. De rechtbank is van oordeel dat dit in zijn algemeenheid terechte opmerkingen kunnen zijn bij de begroting van herstelkosten of schade. Om die reden dient de deskundige voormelde opmerkingen in zijn onderzoek te betrekken. Deze opmerkingen liggen immers besloten in de hierna te formuleren vraagstelling voor de deskundige.
Deskundigenbericht
2.12.
De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal de rechtbank, overeenkomstig de begroting gemaakt door de te benoemen deskundige, vaststellen op een bedrag van €7.961,80 (inclusief btw). In het tussenvonnis van 31 januari 2024 is al aangekondigd dat [eisers] het voorschot op de kosten van de deskundige moeten deponeren. De rechtbank zal thans dienovereenkomstig beslissen. De rechtbank zal het verzoek van [eisers] om het voorschot op de kosten van de deskundige gespreid te betalen, niet inwilligen. Anders dan [eisers] hebben verzocht, zal de rechtbank ook niet de kosten van het onderzoek maximeren tot een bedrag van € 5.000 (inclusief btw).
2.13.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.14.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
2.15.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1.
benoemt tot deskundige:
de heer F. Arnoldus,
Loyal Experts,
Louis Jansenplein 5, 5431 BV Cuijk,
085-3038453
3.2.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Dakconstructie
1. In hoeverre is de dakconstructie van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
2. Indien de dakconstructie van de woning van [eisers] gebrekkig: is het gebrek aan de dakconstructie een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd of is stormschade ook een aanwijsbare oorzaak?
3. Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
4. In hoeverre kunnen bestaande materialen, zoals dakpannen etc., worden hergebruikt bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan het dak? En zo ja, welke materialen zijn dit? Wat is de invloed daarvan op de herstelkosten?
5. Is de storm(schade) van 20 mei 2022 een aanwijsbare oorzaak voor de gestelde daklekkage(s). Zo ja, kunt u aangeven in welke mate?
Dakkapel
6. In hoeverre is de dakkapel (los van de dakconstructie) van de woning van [eisers] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
7. Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Lekkages
8. Wat is de oorzaak van de verschillende lekkages? Is dit toe te rekenen aan (gebrekkig) uitgevoerde werkzaamheden door [gedaagde] ? Zo ja, geef daarvan een beschrijving.
9. Welke (gevolg)schade is ontstaan door de lekkages? Wat zijn de kosten van dit herstel?
Badconstructie
10. Op welke wijze kunnen de houten balken ter plaatse van de zoldervloerverdieping worden verstevigd? Dient de versteviging, zoals door Sijen op 22 oktober 2023 is voorgesteld, te worden verstevigd vanuit de onderzijde van de bestaande houten balken met als gevolg dat de bestaande plafonds verwijderd dienen te worden of zijn er ook andere mogelijkheden?
10. Wat zijn de kosten voor deze herstelwerkzaamheden?
10. Welke (aanvullende) aanneemsom zou redelijkerwijs zijn geoffreerd voor het aanpassen van de zolderverdiepingsvloer?
Scheurvorming in de gevel
13. In hoeverre is de scheurvorming in de gevel een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd?
13. Op welke wijze dient de scheurvorming in de gevel hersteld te worden en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
13. Is de storm(schade) van 20 mei 2022 ook een aanwijsbare oorzaak voor de scheurvorming. Zo ja, in welke mate, zo nee, waarom niet?
13. Is sprake van aftrek nieuw voor oud? Zo ja, in welke mate? Zo nee, waarom niet?
Algemeen
17. Zijn er nog andere punten die u naar voren wil brengen, waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen?
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 7.961,80 (inclusief btw),
3.4.
bepaalt dat [eisers] het voorschot dienen overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat [eisers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen toe te sturen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige erop dat:
- -
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- -
de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- -
de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- -
de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- -
indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige erop dat:
- -
uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- -
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:
- -
indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
- -
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van zes weken,
3.14.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
3.15.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.
type: FL
coll:
Uitspraak 31‑01‑2024
Inhoudsindicatie
Civiel recht. Bodemzaak. Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten. Zij verschillen van mening over de vraag of opdrachtnemer tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen die voor de opdrachtnemer voortvloeien uit de aannemingsovereenkomst. De rechtbank is voornemens een deskundigenonderzoek te gelasten.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/311292 / HA ZA 22-501
Vonnis van 31 januari 2024
in de zaak van
1. [eiser sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat mr. T.N. Vis,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. P.J.L. Tacx.
Partijen zullen hierna [eiser] (mannelijk meervoud) en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding, met producties 1 tot en met 21,
- -
de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6,
- -
de aanvullende producties 7 en 8 zijdens [gedaagde] ,
- -
de akte tot het overleggen van producties 22 tot en met 31 en wijziging van eis zijdens [eiser]
- -
de brief van 23 oktober 2023, waarbij productie 9 zijdens [gedaagde] is overgelegd,
- -
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 26 oktober 2023, met daarbij de reactie van mr. Vis op het proces-verbaal.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De relevante feiten
2.1.
Eind 2016 hebben [eiser] gezamenlijk de woning, staande en gelegen te [woonplaats 1] aan de [adres] (hierna: de woning) in eigendom verkregen. [eiser] wilden het volledige dak, inclusief dakconstructie, van de woning laten vernieuwen en hebben zich om die reden in 2021 tot [gedaagde] gewend.
2.2.
[gedaagde] exploiteert een dakdekkers- en klusbedrijf , onder de naam ‘ [handelsnaam 1] ’, als eenmanszaak.
2.3.
Tussen partijen is op 13 december 2021 een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen. De overeenkomst is vervat in de offerte van 13 december 2021, waarin de door [gedaagde] uit te voeren werkzaamheden (hierna: dakconstructie) zijn omschreven. De aanneemsom bedroeg € 32.004,50 (inclusief btw). De werkzaamheden zijn als volgt omschreven:
“(…) Het vernieuwen van het pannendak waar van de asbest door de klant zelf wordt verwijderd en afgevoerd. Het plaatsen van nieuwe hoofd balken en oude verwijderen, en osb platen plaatsen waar de isolatie 8 dik op komt met een dampremmende laag. Tengellatten met panlatten en afwerken met een betonpan.
Voor 2 dakramen van een bij een + en aan de achterkant een dakkapel afgewerkt in hout met 3 dakramen kunststof . Binnenkant dakkapel afwerking in overleg buiten deze opdracht om.
Boeiboord voor en achter en links en rechts inverband met het dak op te hogen door isolatie, en voor en achter een zinken goot plaatsen
Steiger plaatsen met pannenlift.
Afval is voor de klant, tvdgbouw plaats een container.
Hout prijs/prijsstijging onder voorbehoud.
Waterschade voor klant zo als besproken. (...)”
2.4.
Partijen hebben naast deze schriftelijke overeenkomst ook nog mondeling afspraken gemaakt voor het (onder andere) realiseren van een verhoging onder het te plaatsen bad op de zoldervloer middels een houten badombouw door [gedaagde] (hierna: de badconstructie).
2.5.
De werkzaamheden van [gedaagde] vingen medio/eind maart 2022 aan en medio/eind april 2022 zijn de werkzaamheden aan de woning beëindigd. Op 24 april 2022 hebben [eiser] de aanneemsom van de offerte van € 32.004,50 (inclusief btw) aan [gedaagde] betaald. Daarnaast hebben [eiser] ook de aanneemsom van (onder andere) de badconstructie aan [gedaagde] betaald.
2.6.
Medio juni 2022 constateerden [eiser] een lekkage in hun woning. Op 24 juni 2022 hebben [eiser] aan [gedaagde] een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:
“(…) Onlangs heb je o.a. het dak met uitbouw van onze woning opgeleverd.
Helaas hebben we (wederom) de volgende gebreken ontdekt:
Ter hoogte van de overgang van het dakkapel en het dak is, - net als afgelopen week, een lekkage. Je poging van afgelopen vrijdag, om het probleem op te lossen, heeft onvoldoende resutaat opgeleverd. De lekkage lijkt enkel groter geworden en tevens tonen de fillerplaten rondom de lekkage nu ook sporen van vocht. Dit is onacceptabel en dit willen we spoedig, volledig en kostenloos herstel zien worden. Daarom ook het verzoek deze gebreken binnen twee weken na dagtekening van deze mail te herstellen. (…)”1.
[gedaagde] heeft op 24 juni 2022 als volgt gereageerd:
“(…) Zoals al eerder aan u vermeld is uw schade veroorzaakt door de stormschade van 20-5-2022 jongstleden.
Dit hebben wij geconstateerd en vermeld nadat wij dit bij u zijn komen controleren.
Ook hebben wij getracht dit ter plekke kosteloos voor u te repareren als zijnde een extra service naar U toe.
Echter door het gebrek aan materialen ter plekke op dat moment is dit blijkbaar niet volledig dichtend gebleken.
Mocht inzake deze lekkage nog assistentie nodig blijken te zijn.
Dan zijn wij zeker bereid om nog een tweede keer langs te komen ter reparatie van bovengenoemd fenomeen.
Echter zullen hier wel voorrijkosten a €45 euro en eventuele reparatiekosten aan verbonden zijn.
(…)
Stormschade is niet toe te rekenen aan onze werkzaamheden.
De gevolgschade aan de binnenkant van uw huis door deze storm zijn hierdoor ook niet aan ons te wijden. (…)”2.
2.7.
Nadat [eiser] de lekkage hebben ontdekt, is vervolgens eind juni 2022 een tussenpersoon van de verzekeraar (hierna: tussenpersoon) van [eiser] in de woning geweest. De tussenpersoon heeft geen rapport opgemaakt en ook namens de opstalverzekeraar geen uitkering aan [eiser] verstrekt.
2.8.
[eiser] hebben vervolgens bouwinspecteur [naam bouwinspecteur] en aannemer [naam aannemer] (hierna: [naam bouwinspecteur] en [naam aannemer] ) en ook ir. [naam ingenieur 1] van [handelsnaam 2] (hierna: [naam ingenieur 1] ) ingeschakeld om het werk van [gedaagde] te beoordelen.
2.9.
[naam ingenieur 1] heeft van zijn bevindingen een deskundigenrapport controleberekening dakconstructie opgesteld, waarin onder “rapportage” antwoord wordt gegeven op de door [eiser] gestelde vragen. [naam ingenieur 1] verklaart ten aanzien van de woning van [eiser] het volgende:
“(…) Kort samengevat kan ik mededelen dat - mijns inziens – de constructie niet deugdelijk is uitgevoerd” (…)
het houten spant voldoet niet aan de normen, de gording waaraan het spantbeen is bevestigd voldoet niet aan de normen (…)
De zolderverdieping daarentegen is ongeschikt voor de bestemming waarvoor deze bedoeld is, namelijk een verblijfsgebied (…)
Ondeugdelijke spant en gording t.b.v. opvang spantbeen (…) Hieruit blijkt dat de balklaag niet voldoet. Het gewicht uit de extra lokale verzwaring is nog niet verdisconteerd, maar het is evident dat de balklaag ook niet zal voldoen (…) Daarmee is aannemelijk gemaakt dat de uitgevoerde hoofddraagconstructie niet voldoet aan de gestelde eisen in de eurocode normen en Bouwbesluit 2012 (…)
Door het niet laten berekenen van de nieuwe dakconstructie (gordingen, spant, balklaag plat dak dakkapel en een controleberekening te laten uitvoeren van de zoldervloer t.g.v. verhoogde belastingen) heeft de uitvoerende partij, zijnde [handelsnaam 1] , een aanzienlijk risico genomen (…)
Mijns inziens is het herstellen van de huidige kapconstructie duurder dan de gehele kapconstructie te slopen en opnieuw op te bouwen. De herstelwerkzaamheden aan spant en gording zijn dusdanig ingrijpend dat sloop beter en verantwoorder is.(…)
De kapconstructie en zoldervloer vormen -mijns inziens- een direct gevaar op het moment dat deze worden gebruikt zoals bedoeld, namelijk een gebruiksfunctie (…)”3.
2.10.
[eiser] hebben vervolgens AKC Bouw ingeschakeld voor de begroting van de herstelwerkzaamheden aan de woning. AKC Bouw heeft naar aanleiding van de bevindingen van [naam ingenieur 1] de herstelwerkzaamheden begroot op een bedrag van in totaal € 99.506,37 inclusief btw.4.
2.11.
Bij brief van 21 juli 2022 hebben [eiser] [gedaagde] aansprakelijk en in gebreke gesteld voor de door [eiser] gestelde gebreken aan de woning. [eiser] hebben [gedaagde] de mogelijkheid gegeven om een herstelplan aan te leveren.
2.12.
[gedaagde] heeft vervolgens ir. [naam ingenieur 2] (hierna: [naam ingenieur 2] ) de opdracht gegeven om een contra-expertise uit te voeren. Bij brief van 22 juli 2022 heeft [naam ingenieur 2] [eiser] hierover geïnformeerd.
2.13.
Op 2 augustus 2022 is de contra-expertise door [naam ingenieur 2] uitgevoerd aan de woning van [eiser] Uit de rapportage van [naam ingenieur 2] blijkt onder andere het volgende:
“(…) Wijzigen bestaand houten middenspant
Op nadrukkelijk verzoek van opdrachtgevers heeft u eveneens het bestaand houten midden dakspant aangepast.
Het overblijvende gedeelte van het spantbeen is nu in het werk afgesteund op een houten middengording.
Dit is bouwkundig, constructief door u niét goed uitgevoerd.
Deze omissie, hoe goed bedoeld dan ook, dient door u op een bouwkundig, constructief juiste wijze te worden gewijzigd. (…)
Behoudens de niét correct uitgevoerde opvangconstructie van het bestaand houten middenspant zijn volgens mijn bevindingen de werkzaamheden correct en vakkundig uitgevoerd.
De kosten voor het noodzakelijke herstel van de niét correct uitgevoerde opvang van het bestaande houten middenspant schat ik in op een bedrag groot tussen € 2.500 en € 3.000,- inclusief BTW.
Minimaal te rekenen op 2 mandagen met 2 man + 1 mandag voor het aanpassen van diverse afwerkingen.
Plus een post materiaal voor de aanvullende constructiedelen.
40 manuren a € 45,00 = € 1.800,00
post materiaal € 300,00
post transport € 100,00
post opruimen en geheel bezemschoon opleveren € 175,00
€ 2.375,00
21% BTW € 498,75
--------------
Totaal € 2.873,75
Niét door u uitgevoerde werkzaamheden
Afwerking bestaande vloerconstructie zolder
(…)
De aanvullend door opdrachtgevers uitgevoerde werkzaamheden aan de houten zoldervloer zijn volgens mijn bevindingen constructief zeker niét akkoord.(…)”5.
2.14.
Na het verkrijgen van verlof van de voorzieningenrechter op 26 oktober 2022 voor het leggen van conservatoir beslag, hebben [eiser] op 27 oktober 2022 beslag doen leggen op een viertal onroerende zaken van [gedaagde] .
2.15.
[naam ingenieur 1] heeft op 11 oktober 2023 een reactie gegeven op de bevindingen van [naam ingenieur 2] , waarin onder andere het volgende wordt gesteld:
“(…) 1. De fotorapportage waarnaar verwezen wordt in het rapport ontbreekt;
2. De berekening waarin gesteld wordt dat de gordingen wel voldoen aan de gestelde normen
en eisen ontbreekt in het rapport. Daardoor kan niet beoordeeld worden of de aannames van
dhr. [naam ingenieur 2] wél correct zijn;
3. Op blad 1/5, onder het derde streepje wordt beschreven dat dhr. [gedaagde] een houten
skelet heeft getimmerd in verband met een badombouw. Hieruit blijkt dus dat dhr. [gedaagde]
heeft geweten dat er een ligbad geplaatst zou worden. Dhr. [gedaagde] had -mijns
inziens- op zijn minst de bewoners kenbaar moeten maken dat de bestaande balklaag van de
zoldervloer gecontroleerd had moeten worden met de extra belastingen hieruit volgend. Dit
is niet gebeurd;
4. Dhr. [naam ingenieur 2] is het met ondergetekende eens dat het opvangen van het middenspant constructief
onverantwoord is. (…)
5. Halverwege blad 4/5 wordt door dhr. [naam ingenieur 2] een voorstel voor wat betreft aanpassen
middenspant aangedragen. Dat voorstel is nergens terug te vinden in het rapport.
(…)
Vooralsnog heb ik het voorstel -zoals hierboven beschreven- nog niet steeds ontvangen. Derhalve kan
ik niet bepalen of het voorstel voldoende aannemelijk geacht kan worden.
Ik kan wel aangeven dat het (wel of niet tijdelijk) ondersteunen van de betreffende gording middels
een kolom niet de juiste oplossing is, omdat deze kolom dan rust op de balklaag van de zoldervloer
waarvan geconcludeerd is dat deze sowieso al niet voldoet.
Wie nu uiteindelijk verantwoordelijk gehouden wordt voor het aanpassen van de vloerconstructie is
voor de constructieve veiligheid van de vloer niet van belang. Wat wél van belang is, is dat de
vloerconstructie ter plaatse van het ligbad aangepast dient te worden. (…)”6.
2.16.
[naam ingenieur 2] heeft vervolgens op 22 oktober 2023 (opnieuw) gereageerd op de reactie van [naam ingenieur 1] , waarin [naam ingenieur 2] ook een opzet maakt van een coulance voorstel voor de (herstel)werkzaamheden van de zoldervloerconstructie. [naam ingenieur 2] verklaart onder andere het volgende:
“(…) Het is derhalve niet uit te sluiten dat als gevolg van de overtrekkende windhoos ook de dakconstructie van de woning aan de [adres] te [woonplaats 1] constructieve schade heeft opgelopen als gevolg van de optredende zuigkrachten op de dakvlakken.
(…)
3. Vloerconstructie zolder
(…)
Nu alle afwerkingen zijn aangebracht buigen de bestaande houten balken van de vloerconstructie aanzienlijk door.
Het noodzakelijk herstel kan eenvoudig en praktisch geschieden vanuit de onderzijde van de bestaande vloerconstructie. Daarvoor dienen dan wel de bestaande plafonds op de verdieping van de woning gehéél verwijderd te worden.
(…)
De benodigde kosten voor de uitvoer van deze benodigde herstelwerkzaamheden schat ik in op een bedrag groot van maximaal € 4.500,- aan arbeidstijd en de levering van de benodigde materialen, in de uitvoering door Dakdekkersbedrijf TvdG, zonder opslagen zoals algemeen geldend aan algemene kosten, kosten uitvoering, kosten winst en risico en exclusief kosten verschuldigde BTW.(…)”7.
3. Het geschil
3.1.
[eiser] vorderen na wijziging van eis, dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van een geldbedrag ter hoogte van € 109.100,38, te vermeerderen met een percentage van 12,5% per maand, wegens prijsstijgingen vanaf de datum van de geïndexeerde schadebegroting (7 oktober 2023) tot aan de dag der vonnis, dan wel subsidiair te vermeerderen met een door de rechtbank te bepalen percentage wegens prijsstijgingen;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van € 4.908,60 uit hoofde van de wettelijke rente over € 109.100,38 vanaf 22 september 2022 tot 26 oktober 2023, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de buitengerechtelijke incassokosten over € 109.100,38, bestaande uit €1.866,00 conform WIK;
IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van de kosten voor het leggen van conservatoir beslag, bestaande uit € 693,36;
V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiser] , zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van € 2.500,00 uit hoofde van de kosten deskundige;
VI. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat en de (na)kosten, te voldoen binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan deze bedragen vanaf de 2e dag na betekening van het vonnis worden vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
[eiser] hebben – zakelijk en verkort weergegeven – aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Ter onderbouwing van hun vorderingen voeren [eiser] aan dat de dak- en badconstructie ondeugdelijk is uitgevoerd, omdat niet aan de geldende veiligheidsnormen is voldaan ten gevolge waarvan de woning (in ieder geval de bovenverdieping en zolder) onveilig en onleefbaar is. Bovendien stellen [eiser] zich op het standpunt dat [gedaagde] zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden, omdat hij niet met hen heeft gesproken over de vraag of de zoldervloerconstructie het gewicht van de badkuip kon dragen. Door de ondeugdelijke uitvoering van de werkzaamheden zijn voorts lekkages en scheuren in de gevel ontstaan, aldus [eiser] . Kortom, [eiser] stellen zich op het standpunt dat zij door de tekortkoming(en) van [gedaagde] schade hebben geleden, begroot op in totaal € 109.100,38, welke schade zij vergoed willen krijgen.
3.3.
[gedaagde] betwist de vorderingen van [eiser] . [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] en voert – kort gezegd – het volgende aan. [gedaagde] betwist dat hij is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hij stelt dat hij de werkzaamheden ten aanzien van de bad- en dakconstructie correct en vakkundig heeft uitgevoerd, behoudens de opvangconstructie van het houten midden-spant van de dakconstructie. Voorts wordt de schadebegroting van [eiser] door [gedaagde] betwist. Volgens [gedaagde] kunnen de herstelwerkzaamheden voor de niet correct uitgevoerde opvangconstructie van het houten midden spant en de versteviging van de zoldervloer worden begroot op een bedrag van in totaal maximaal € 4.500,00. Bovendien wordt enig causaal verband tussen de gestelde lekkages en scheuren in de gevel en de uitgevoerde werkzaamheden door [gedaagde] ook betwist.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.
Badconstructie
4.1.1.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat [eiser] zijn juridische grondslag heeft gewijzigd door (ook) een beroep te doen op de waarschuwingsplicht van [gedaagde] . Nu [gedaagde] hier verder geen consequenties aan heeft verbonden, zal de rechtbank aan die opmerking voorbij gaan. Dat betekent dat zij ook de vraag of [gedaagde] de waarschuwingsplicht heeft geschonden, in haar beoordeling zal betrekken.
4.1.2.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de badconstructie op de zolderverdieping ook daadwerkelijk bedoeld is voor het plaatsen van het bad op een verhoging.
4.1.3.
Op grond van artikel 7:754 BW is de aannemer ( [gedaagde] ) bij het aangaan of uitvoeren van de overeenkomst verplicht de opdrachtgever ( [eiser] ) te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht, voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Hetzelfde geldt in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren, alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften. Nu [gedaagde] de badconstructie heeft aangebracht op de bestaande houten balken van de zolderverdieping, zijn de houten balken van de zolderverdieping gelijk te stellen met de grond waarop [gedaagde] het werk heeft aangebracht. De draagkracht van de houten balken van de zolderverdiepings valt dan ook binnen de reikwijdte van de waarschuwingsplicht, die op [gedaagde] als aannemer rust.
4.1.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] met inachtneming van het voorgaande die waarschuwingsplicht geschonden. [gedaagde] mag als aannemer worden geacht bekend te zijn met de constructieve risico’s die verbonden zijn aan het plaatsen van een vrijstaand bad en de extra belasting die dit meebrengt voor de zolderverdiepingsvloer. Dat [gedaagde] met deze risico’s ook daadwerkelijk bekend was, volgt uit de verklaring van [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling, waarin hij kenbaar maakte dat op het moment dat hij de volledige opdracht, dat wil zeggen om naast de badconstructie ook de verdere vloerconstructie te realiseren van de zolderverdieping, zou hebben verkregen, hij wèl een berekening zou hebben gemaakt om te bezien of de zolderverdiepingsvloer het gewicht van het te plaatsen bad zou kunnen dragen. [gedaagde] had [eiser] daarom dienen te waarschuwen dat de bestaande houten balken van de zoldervloer gecontroleerd hadden moeten worden. Dit is echter niet gebeurd.
4.1.5.
Door het schenden van de waarschuwingsplicht is een gebrekkige, want constructief onveilige, situatie ontstaan. Dit blijkt uit de bevindingen van [naam ingenieur 1] én [naam ingenieur 2] , waarin zij constateren dat dat de houten balken van de zolderverdieping het gewicht van het bad niet kunnen dragen. [naam ingenieur 1] en [naam ingenieur 2] zijn het eens over de manier waarop deze gebrekkige situatie moet worden hersteld; de bestaande houten balken van de zolderverdieping dienen te worden verstevigd.
4.1.6.
Het enige discussiepunt tussen de deskundigen van partijen in dit kader is de vraag wat de kosten van het verstevigen van de bestaande houten balken zullen zijn. De rechtbank zal (onder meer) om die reden een deskundige benoemen. De rechtbank zal hier onder rechtsoverweging 4.4 nader op ingaan.
4.2.
Dakconstructie
4.2.1.
Tussen partijen is geen punt van geschil welke werkzaamheden ten aanzien van de dakconstructie zijn uitgevoerd. De exacte omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden is, blijkens de ondertekende offerte, als volgt:
- -
het vernieuwen van het pannendak, waarvan de asbest door de klant zelf wordt verwijderd en afgevoerd,
- -
het plaatsen van nieuwe hoofdbalken en oude verwijderen
- -
het plaatsen van OSB-platen met daarop de isolatie met een damp-remmende laag,
- -
het plaatsen van tengellatten met panlatten en afwerken met een betonpan,
- -
aan de voorzijde van de woning twee dakramen van één bij één en aan de achterzijde van de woning een dakkapel afgewerkt in hout met drie dakramen van kunststof,
- -
een boeiboord voor, achter, links en rechts in verband met de ophoging van het dak door de isolatie,
- -
aan de voor- en achterzijde een zinken goot plaatsen,
- -
steiger plaatsen met pannenlift
- -
plaatsing container
4.2.2.
[eiser] stellen dat de werkzaamheden aan het dak c.q. de dakconstructie ondeugdelijk zijn geschied, ter onderbouwing waarvan zij het deskundigenrapport en aanvullende reactie van [naam ingenieur 1] en de schadebegroting door AKC Bouw hebben overgelegd. [naam ingenieur 1] heeft vastgesteld dat de dakconstructie ondeugdelijk is uitgevoerd en dat aan de hand van de door hem uitgevoerde berekening aannemelijk is gemaakt dat de uitgevoerde hoofddraagconstructie niet voldoet aan de gestelde eisen in de Eurocodes en het Bouwbesluit 2012, doordat (a) het houten spant niet voldoet, (b) de gording die het spantbeen opvangt niet voldoet en (c) de balklaag van de zoldervloer niet voldoet. Bovendien stelt [naam ingenieur 1] dat [gedaagde] door (onder andere) het niet laten berekenen van de nieuwe dakconstructie (gordingen, spant, balklaag plat dak dakkapel) een aanzienlijk risico heeft genomen. Volgens [naam ingenieur 1] is het herstellen van de huidige dakconstructie duurder dan de gehele dakconstructie te slopen en opnieuw op te bouwen. Bovendien zijn de herstelwerkzaamheden aan het spant en de gording dusdanig ingrijpend dat sloop beter en verantwoorder is, aldus [naam ingenieur 1] . AKC Bouw heeft de herstelwerkzaamheden van de dak- en zoldervloerconstructie conform het deskundigenrapport van [naam ingenieur 1] na indexering begroot op € 99.506,37.
4.2.3.
[gedaagde] betwist dat de werkzaamheden aan de dakconstructie geheel, althans gedeeltelijk, ondeugdelijk zijn geschied door het overleggen van de bevindingen van [naam ingenieur 2] . [naam ingenieur 2] heeft vastgesteld dat het overblijvende gedeelte van het spantbeen dat steunt op een houten midden gording bouwkundig constructief niet correct is uitgevoerd en dient te worden hersteld. Behoudens het realiseren van een opvangconstructie voor het bestaande houten midden spant, zijn volgens de bevindingen van [naam ingenieur 2] de werkzaamheden correct en vakkundig uitgevoerd. [naam ingenieur 2] begroot de kosten voor het noodzakelijk herstel van het bestaande houten midden spant op een bedrag tussen € 2.500,00 en € 3.000,00 (inclusief btw). De totale kosten van de herstelwerkzaamheden– met inbegrip van de zoldervloerconstructie – schat hij op een totaalbedrag van € 4.500,00.
4.2.4.
Nu de door partijen ingeschakelde deskundigen gemotiveerd van mening verschillen over (onder meer) het antwoord op de vraag of de dakconstructie al dan niet gebrekkig is, en zo ja, wat de wijze van herstel en de daarmee gemoeide herstelkosten zijn, acht de rechtbank het nodig om een deskundige te benoemen. De rechtbank zal hier onder rechtsoverweging 4.4. nader op ingaan.
4.3.
Scheurvorming in de gevel
4.3.1.
[eiser] hebben zich op het standpunt gesteld dat scheurvorming in de gevel is ontstaan, omdat – onder verwijzing naar het rapport van [naam ingenieur 1] – de gordingen onvoldoende in het metselwerk verankerd zouden zijn. Volgens AKC Bouw bedragen de herstelkosten €605,00 (incl. btw).
4.3.2.
[gedaagde] heeft betwist dat scheurvorming in de gevel een gevolg zou zijn van de door hem uitgevoerde werkzaamheden. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het metselwerk al erg oud is en om die reden scheurvorming vertoont.
4.3.3.
De rechtbank acht het nodig dat ook ten aanzien van dit aspect een deskundige wordt benoemd, zodat onderzocht kan worden of tussen de scheurvorming in de gevel en de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden een causaal verband bestaat en, indien dat het geval is, wat de wijze van herstel is en wat de daarmee gemoeide herstelkosten zijn. De rechtbank zal hier onder rechtsoverweging 4.4. nader op ingaan.
4.4.
Deskundigenbericht
4.4.1.
De rechtbank is voornemens om een deskundigenonderzoek te laten plaatsvinden. De rechtbank acht een deskundigenbericht nodig, nu de bevindingen van [naam ingenieur 1] en [naam ingenieur 2] uiteenlopen ten aanzien van (i) de kosten voor het verstevigen van de bestaande houten balken, (ii) het antwoord op de vraag of de dakconstructie gebrekkig is, en zo ja, wat de wijze van herstel is en de daarmee gemoeide herstelkosten zijn en (iii) of tussen de scheurvorming in de gevel en de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden een causaal verband bestaat en, indien dat het geval is, wat de wijze van herstel is en wat de daarmee gemoeide herstelkosten zijn.
4.4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met partijen besproken dat het voornemen bestaat om een deskundige te benoemen. De rechtbank heeft partijen toen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige. Nu partijen het niet gezamenlijk eens zijn geworden over de te benoemen deskundige, heeft de rechtbank zelf twee deskundigen benaderd. De rechtbank heeft bij het benaderen van de twee deskundigen rekening gehouden met het verzoek van [eiser] om een deskundige te benaderen uit een ander deel van het land dan Zuid-Limburg.
4.4.3.
De rechtbank heeft zich in verbinding gesteld met de heer F. Arnoldus (Loyal Experts) en de heer ir. S.C.M. Segeren (ZNEB Expertise en Taxatie B.V.). Beide deskundigen hebben een begroting gemaakt van het honorarium en de kosten voor het samenstellen van het rapport. Uit de offerte Loyal Experts van 28 december 2023 blijkt dat het voorschot (start tarief geraamd exclusief stelposten PM) is begroot op een bedrag van €6.580,00 (exclusief btw). Volgens de offerte van ZNEB Expertise en Taxatie B.V. van 8 januari 2024 wordt het voorschot begroot op een bedrag van € 10.079,91 (inclusief btw).
4.4.4.
De rechtbank heeft partijen bij brieven van 2 en 8 januari 2024 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van het voorschot van beide deskundigen. Beide partijen hebben bij brieven van 16 januari 2024 kenbaar gemaakt dat zij niet op de offertes kunnen reageren zonder kennisgenomen te hebben van het tussenvonnis in onderhavige procedure, omdat zij (kort gezegd) niet weten welke vragen aan de deskundige door de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank begrijpt het bezwaar van partijen en wenst daar als volgt aan tegemoet te komen.
4.4.5.
De rechtbank is voornemens om aan de te benoemen deskundige de volgende vragen voor te leggen:
Dakconstructie
1. In hoeverre is de dakconstructie van de woning van [eiser] gebrekkig? Geef een beschrijving van de aangetroffen situatie.
2. Indien de dakconstructie van de woning van [eiser] gebrekkig: is het gebrek aan de dakconstructie een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd of is stormschade ook een aanwijsbare oorzaak?
3. Op welke wijze kan het gebrek aan de dakconstructie hersteld worden? Wat zijn de kosten van dit herstel?
4. In hoeverre kunnen bestaande materialen, zoals dakpannen etc., worden hergebruikt bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan het dak? En zo ja, welke materialen zijn dit? Wat is de invloed daarvan op de herstelkosten?
Badconstructie
5. Op welke wijze kunnen de houten balken ter plaatse van de zoldervloerverdieping worden verstevigd? Dient de versteviging, zoals door [naam ingenieur 2] op 22 oktober 2023 is voorgesteld, te worden verstevigd vanuit de onderzijde van de bestaande houten balken met als gevolg dat de bestaande plafonds verwijderd dienen te worden of zijn er ook andere mogelijkheden?
6. Wat zijn de kosten voor deze herstelwerkzaamheden?
Scheurvorming in de gevel
7. In hoeverre is de scheurvorming in de gevel een gevolg van de werkzaamheden als door [gedaagde] uitgevoerd?
8. Op welke wijze dient de scheurvorming in de gevel hersteld te worden en wat zijn de daarmee gemoeide kosten?
Algemeen
9. Zijn er nog andere punten die u naar voren wil brengen, waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen?
4.4.6.
Beide partijen worden in de gelegenheid gesteld om bij gelijktijdig te nemen akte zich uit te laten over (a) de door de rechtbank voorgestelde vragen en over eventueel door hen zelf voorgestelde aanvullende vragen en zich uit te laten over (b) de aan deze beschikking gehechte offertes van de door de rechtbank aangezochte deskundigen.
4.4.7.
De rechtbank ziet, ondanks het verzoek van [eiser] , geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [eiser] moeten worden betaald en dat zal de rechtbank dan ook in het tussenvonnis, waarbij de deskundige wordt benoemd, beslissen.
4.4.8.
De zaak zal daartoe worden verwezen naar na te noemen rol voor akten van partijen.
4.4.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De rechtbank
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van 14 februari 2024 voor zijdens beide partijen gelijktijdig te nemen akte uitlating omtrent de aan de deskundige te stellen vragen, eventueel aanvullende vragen voor te stellen en over de aan deze beschikking gehechte offertes van de door de rechtbank aangezochte deskundigen;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2024.
type: FL
coll:
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 31‑01‑2024
productie 9 bij de dagvaarding, blad 2
productie 9 van de dagvaarding, blad 1.
productie 14 van de dagvaarding.
productie 26 bij akte overleggen producties en wijziging van eis.
productie 5 van de conclusie van antwoord.
productie 28 bij akte overleggen producties en wijziging van eis.
productie 9 bij brief van 23 oktober 2023 zijdens [gedaagde] .