RI 2020/66
Bestaat een reële mogelijkheid voor beroep op Garantstellingsregeling en uitzicht op baten die opheffing zou verhinderen?
HR 05-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1016
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
5 juni 2020
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
19/02652
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS225282:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1016, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 05‑06‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:103, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑01‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑05‑2019
- Wetingang
Essentie
Opheffing. Bate. Garantstellingsregeling.
Bestaat een reële mogelijkheid voor een beroep op de Garantstellingsregeling en, als gevolg daarvan, uitzicht op baten die opheffing (bij gebrek aan baten) zou verhinderen?
Samenvatting
Het faillissement van de vennootschap is op 28 augustus 2012 uitgesproken. Op dat moment waren de jaarrekeningen over 2006, 2008 en later niet gedeponeerd. Hoewel evident sprake is van het bewijsvermoeden van art. 2:248 BW, zijn er volgens de curator onvoldoende gronden en aanwijzingen voor een succesvolle vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid dan wel voor verhaal daarvoor. Voor nader onderzoek heeft de boedel geen middelen en in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.