Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.6.2:12.6.2 Erfdienstbaarheden
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.6.2
12.6.2 Erfdienstbaarheden
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487210:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Meijers was – zonder nadere toelichting – het naburigheidsvereiste niet opgenomen. Naar aanleiding daarvan wordt in het voorlopig verslag gevraagd of het niet wenselijk is de mogelijkheid tot het vestigen van erfdienstbaarheden door opneming van dit vereiste te beperken.1 Twee voorbeelden: de dorpssmid wenst te voorkomen dat in het dorp concurrentie voor hem zal komen te ontstaan. Hij weet te bewerkstelligen dat opalle geschikte terreinen ten behoeve van zijn eigen erf erfdienstbaarheden worden gevestigd. ‘Doorgedacht’ zou men zich, aldus het Voorlopig Verslag kunnen voorstellen dat deze constructie wordt gehanteerd ter sanering van het bakkersbedrijf. En ten slotte: de particulier die geen bedrijven in zijn omgeving wenst vestigt erfdienstbaarheden ten behoeve van zijn erfen ten laste van alle erven in de wijde omgeving teneinde zijn woongenot te waarborgen. Mag dit alles?2
De Minister merkt opdat het niet waarschijnlijk is dat in dergelijke gevallen van de mogelijkheid tot vestiging van een erfdienstbaarheid gebruikt gemaakt gaat worden omdat de kosten hoog zijn. In de praktijk zal één en ander zelden te verwezenlijken zijn. Voorts geeft het ‘niet licht’ de gewenste zekerheid. Overigens: er zijn andere mogelijkheden om het gewenste resultaat te bereiken. Te denken valt aan: kettingbedingen en kwalitatieve verplichtingen.
En ten slotte: het is mogelijk dat de rechter ex art. 5:78 erfdienstbaarheden opheft of wijzigt.3
Vervolgens worden in de MvA II voorbeelden genoemd van gevallen waarin het vestigen van erfdienstbaarheden op afstand wenselijk is. Het is de eigenaar van fabriek A niet toegestaan om op het dienend erfbepaalde gassen te emitteren. Heersend erf is een op grote afstand gelegen andere fabriek.4
Het laatste bezwaar: de maatstaf ‘naburigheid’ is vaag.5