Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VIII.C:VIII.C. VAN WARE AARD NAAR SYNCHRONISATIE VAN EUROPEES ERFRECHTELIJK BEHEER
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VIII.C
VIII.C. VAN WARE AARD NAAR SYNCHRONISATIE VAN EUROPEES ERFRECHTELIJK BEHEER
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407155:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
WC.L.VAN DER GRINTEN,Van der Ploegbundel: Recht zo die gaat, Opstellen aangeboden aan PWVan der Ploeg, Zwolle: Tjeenk Willink 1976.
Dit hoeft niet zonder meer het geval te zijn.
In het Nederlandse recht heeft de wetgever hiervoor ruimte gelaten in art. 4:144 BW in de vorm van een testamentaire last.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De juridische kruisbestuiving geldt vanzelfsprekend ook voor de Europese erfrechtelijke stelsels onderling. De Nederlandse executeur leert van de knelpunten en sterke punten die bij Europese executeurs bestaan, en de Europese executeurs kunnen (veel) van (de ware aard van) de Nederlandse executeur leren. Temeer nu Meijers de voorzet heeft gegeven voor een modern erfrecht, dat niet alleen door zijn Europese kijk op de materie een uitvloeisel is van allerlei Europese erfrechtelijke ingredienten en derhalve eenvoudig exportabel is, maar ook een erfrecht dat eveneens ingebed is in een modern algemeen vermogensrecht, een omgeving die executeurs maar node kunnen missen. Er van uitgaande dat de Europese landen hun veelal klassieke erfrechtelijke stelsels zullen gaan moderniseren, zoals bijvoorbeeld Duitsland, dan wel, zoals Nederland en Frankrijk, onlangs reeds gemoderniseerd hebben, is de kans groot dat men binnen Europa steeds meer naar elkaar zal toegroeien. In dit proces is met name van belang hoe de erfrechtelijke systemen omgaan met de belangrijkste tegenspeler van de executeur: de legitimaris.Indewoorden van Van der Grinten heet het immers: de legitieme is de crux van het erf-recht.1 Erfrechtelijk moderniseren betekent veelal een verbintenisrechtelijke legitieme en een verbintenisrechtelijke legitieme betekent veelal2 een sterke executeur. Dit geldt helemaal als, zoals in ons stelsel is geschied in art. 4:82 BW, de legitieme portie ten behoeve van echtgenoten en andere 'levensgezellen' niet-direct opeisbaar te maken is en dit zelfs onafhankelijk van de vermogenspositie van deze langstlevende partners.
Een executeur zal, steeds vaker over de grens heen moeten gaan opereren in verband met zich in het buitenland bevindende vermogensbestanddelen, zodat het navenant belangrijker wordt dat er een, door zoveel mogelijk landen erkend, certificaat komt waarmee de Europese erfrechtelijke beheerder zich kan legitimeren. Indien in navolging van het in Nederland voor het rechtsverkeer zo belangrijke art. 4:187 BW, vertrouwd mag worden op het Europese certificaat van executele, is de eerste stap in het erfrechtelijke Europese harmonisatieproces boedelafwikkeling gezet, Hfdst. III.D.7. Op Europees niveau is derhalve het derde beginsel (het externe verbintenisrechtelijke aspect) in combinatie met bescherming van gerechtvaardigd vertrouwen het belangrijkst.
Nogmaals: hierbij wordt ervan uitgegaan dat op het niveau van de afgifte van het certificaat de hindernis legitimaris reeds is genomen. Want wederom: de kracht van executele staat en valt immers met de kracht van zijn tegenspelers. Worden de Europese tegenspelers zwakker, zoals in het Europese, steeds ver-bintenisrechtelijker wordende, klimaat het geval is, dan wordt de Europese erfrechtelijke beheerder vanzelf sterker en wordt de kans op harmonisatie groter.
De belangrijkste handeling van een executeur is, naast het uitvoeren3 van de uiterste wilsbeschikking, het in het kader van beheer innen van vorderingen, zoals met name banktegoeden, om daarmee 'schulden van de nalatenschap'te kunnen voldoen. Zie art. 3:170 BWen art. 4:144 BW.
Het moet niet gecompliceerdzijn, zo dit niet al het geval zou zijn, begrippen als 'beheer, Verwaltung of possession' op Europees niveau te synchroniseren. Een volgende stap is dat ook wordt erkendde bevoegdheidom (onroerende) goederen te gelde te maken teneinde uit de opbrengst de erfrechtelijke schulden te voldoen. Er steeds weer van uitgaande dat de 'legitimaris' zich niet meer als een dwarsligger zou kunnen manifesteren. De derde stap zou kunnen zijn de zelfstandige verdelingsbevoegdheid van een 'executeur'(-af-wikkelingsbewindvoerder), doch dit laatste gaat verder dan het slechts vereenvoudigen van de afwikkeling van een internationale nalatenschap met een Europees certificaat van erfrechtelijk beheer.