Hof Den Haag, 18-11-2015, nr. 22-005871-12
ECLI:NL:GHDHA:2015:3262
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
18-11-2015
- Zaaknummer
22-005871-12
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2015:3262, Uitspraak, Hof Den Haag, 18‑11‑2015; (Hoger beroep)
ECLI:NL:GHDHA:2015:3263, Uitspraak, Hof Den Haag, 17‑09‑2015; (Hoger beroep)
Uitspraak 18‑11‑2015
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten via de Rotterdamse haven ongeveer 278 kilogram cocaïne in Nederland ingevoerd en strafbare voorbereidings-handelingen verricht voor het verdere vervoer van die cocaïne. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.
PROMIS
Rolnummer: 22-001340-15
Parketnummer: 10-750230-14
Datum uitspraak: 18 november 2015
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 maart 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1966,
[adres],
thans gedetineerd in de PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 november 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder
1. primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent het inbeslaggenomen voorwerp als vermeld in het vonnis.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1:
hij op of omstreeks 26 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 278 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 278 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2:
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 26 november 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- met een op zijn, (mede)verdachtes, naam gestelde toegangspas die toegang gaf tot het terrein van de ECT Delta Terminal Maasvlakte en tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren, zich de toegang verschaft tot voornoemde Terminal, en/of
- ( vervolgens) in een auto (onbevoegd) het terrein van de Delta Terminal Maasvlakte opgereden, althans betreden, en/of
- afspraken gemaakt en/of informatie uitgewisseld met één of meer van zijn/hun mededader(s) met betrekking tot het uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of
- ( ongebruikt) zegellood en/of een helm en/of (werk)handschoenen en/of (een) veiligheidsvest(en) en/of een kniptang en/of klimtuig en/of een telescoopladder en/of (een) breekijzer(s) en/of (een) betonscha(a)r(en) en/of één of meer mobiele (organisatie)telefoons voorhanden gehad.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1:
hij op of omstreeks 26 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 278 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van
die wet;
2:
hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 25 november 2014 tot en met 26 november 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- met een op zijn (mede)verdachtes naam gestelde toegangspas die toegang gaf tot het terrein van de ECT Delta Terminal Maasvlakte en tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren, zich de toegang verschaft tot voornoemde Terminal, en/of
- (vervolgens) in een auto (onbevoegd) het terrein van de Delta Terminal Maasvlakte opgereden, althans betreden, en/of
- afspraken gemaakt en/of informatie uitgewisseld met één of meer van zijn/hun mededader(s) met betrekking tot het uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of
- ( ongebruikt) zegellood en/of een helm en/of (werk)handschoenen en/of (een) veiligheidsvest(en) en/of een kniptang en/of klimtuig en/of een telescoopladder en/of (een) breekijzer(s) en/of (een) betonscha(a)r(en) en/of één of meer mobiele (organisatie)telefoons voorhanden gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op gronden als vermeld in de overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, nu –kort gezegd- niet kan worden bewezen dat de verdachte enige handelingen heeft verricht ter zake van de invoer van de cocaïne en in relatie tot de tassen en de inhoud daarvan of dat hij enige voorbereidings- of uitvoerings-handelingen heeft verricht ten aanzien van het ten laste gelegde, dan wel dat hij enige wetenschap heeft gehad van de cocaïne die zich in die tassen uit de container bevond.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het volgende komen vast te staan.
Op 26 november 2014 wordt de verdachte, samen met twee anderen, medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], in een wit busje aangehouden. In die bus liggen 8 sporttassen met daarin in totaal 280 pakketten, die 278 kilogram cocaïne bleken te bevatten. Eerder die ochtend zijn de inzittenden van het busje met z’n drieën in dat busje het ECT haventerrein opgereden, waarbij gebruik werd gemaakt van de toegangspas van [medeverdachte 1]. Door personeel van het haventerrein is gezien dat er sporttassen in het witte busje worden gegooid.
[medeverdachte 1] was in het bezit van een notitie met daarop de stackpositie van een container. Deze container bleek dozen te bevatten met noten en was via Chili en Panama naar Rotterdam vervoerd. Een drugshond heeft bij die container positief gereageerd op de aanwezigheid van cocaïne. In het midden van de container zag een douaneambtenaar een open ruimte waaruit lading verdwenen was. Die ruimte was groot genoeg om er 8 sporttassen in te plaatsen.
De container was afgesloten met een oranje loodzegel, eindigend op 55, terwijl naast de container een doorgeknipt geel zegel lag, alsook het sluitstuk van het zegel met nummer 55.
In het busje waarin verdachte zich bevond, werd een vergelijkbaar zegel, met het zelfde serienummer, maar eindigend op 56, aangetroffen.
In de woning van de verdachte zijn twee vergelijkbare zegels met dat serienummer, eindigend op 53 en 54, gevonden.
Bij [medeverdachte 2] en in het busje heeft de politie telefoons aangetroffen, waarin over en weer elkaars nummer stond voorgeprogrammeerd. In het busje zijn naast het loodzegel meerdere breekvoorwerpen aangetroffen. Het busje was een paar dagen daarvoor op naam van [medeverdachte 1] gezet.
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat ze met zijn drieën waren, twee van hen werkten in de haven en de derde was de waakhond. Verdachte werkte tot kort voor zijn aanhouding in de haven. [medeverdachte 1] werkte ten tijde van de aanhouding in de haven. [medeverdachte 2] niet.
Naar het oordeel van het hof volgt uit het bovenstaande, in onderlinge samenhang bezien, dat de verdachte welbewust en in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten handelingen heeft verricht die waren gericht op het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de cocaïne in de ruime betekenis die artikel 1, vierde lid Opiumwet daar aan geeft.
Wat de stelling van de raadsvrouw betreft dat de verdachte geen wetenschap heeft gehad van de inhoud van de tassen die zich in de container bevonden, overweegt het hof als volgt.
De drie verdachten zijn in de vroege ochtend, in het bezit van breekvoorwerpen en loodzegels, naar een afgesloten (deel van het) haventerrein gegaan waar zij niet werken en niets te zoeken hebben. Zij zijn hier onbevoegd aanwezig geweest. Eén van hen, medeverdachte [medeverdachte 1], was in het bezit van de stackpositie van een container, afkomstig uit een Zuid-Amerikaans land. Er is een container opengebroken, daar zijn sporttassen uitgehaald en in de auto gelegd, vervolgens is een nieuw loodzegel aangebracht.
Gelet op deze gang van zaken moeten de verdachten hebben geweten dat hetgeen zij daar deden illegaal was en te maken had met de invoer van cocaïne. Het is een feit van algemene bekendheid dat cocaïne in het bijzonder vanuit Zuid-Amerika via containers in de Rotterdamse haven Nederland wordt ingevoerd. Daar komt bij dat de verdachte verklaard heeft dat hij (tevoren) niet wist dat het om 300 kilo ging. Dat was hem niet verteld.
Deze verklaring duidt erop dat hij wel wist dat het om een partij cocaïne ging die zij zouden ophalen, maar dat hij dacht dat het daarbij om een kleinere hoeveelheid zou gaan. Voorts zijn de verdachten na betrapping op de vlucht geslagen en hebben zij er alles aan gedaan om uit handen van de politie te blijven.
Dit duidt er eveneens op dat zij zich volledig bewust moeten zijn geweest van de verboden lading die zij bij zich hadden.
Gelet hierop is het hof van oordeel dat de verdachte wist dat zich in de tassen uit die container cocaïne bevond.
Dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten heeft gehandeld, blijkt niet alleen uit het feit dat alle hiervoor genoemde handelingen in elkaars aanwezigheid en nabijheid (en dus ‘gezamenlijk’) hebben plaatsgevonden, maar ook uit het feit dat een ieder daaraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. De bijdrage van de verdachte heeft in ieder geval
bestaan uit het leveren van een loodzegel dat (deels) op de opengebroken container is aangetroffen.
Het hof verwerpt het verweer.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde levert op:
1 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;
2: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de opgelegde straf, en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van voorarrest.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft samen met zijn medeverdachten via de Rotterdamse haven ongeveer 278 kilogram cocaïne in Nederland ingevoerd en strafbare voorbereidings-handelingen verricht voor het verdere vervoer van die cocaïne. Het invoeren van harddrugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid en werkt vermogens-delicten in de hand. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich en zijn maatschap-pelijk gezien onaanvaardbaar. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 oktober 2015.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de grote hoeveelheid cocaïne, in beginsel niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf – zelfs van langere duur dan opgelegd door de rechtbank. Het hof is echter van oordeel dat, gelet op de wijze waarop de verdachte zich tijdens zijn detentie ontwikkeld heeft en de reeds ingezette detentiefasering, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren een passende en geboden reactie vormt.
Beslag
Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Nokia GSM (G4775822), volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde is begaan en voorbereid. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 24, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een Nokia GSM (G4775822).
Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul,
mr. D.M. Thierry en mr. Th.P.L. Bot, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 november 2015.
Uitspraak 17‑09‑2015
Inhoudsindicatie
Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, het onder 2 primair en subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde (zwaar lichamelijk letsel toebrengen, waaraan het slachtoffer komt te overlijden; wederrechtelijke vrijheidsberoving) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Rolnummer: 22-005871-12
Parketnummer: 09-754256-11
Datum uitspraak: 17 september 2015
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 december 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Land onbekend) op [geboortejaar] 1985,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 17 juli 2014, 19 en 20 augustus 2015 en 3 september 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 subsidiair, impliciet primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van voorarrest.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 en 3 ten laste gelegde dat hij ter zake van het onder 2 subsidiair, impliciet primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:
1.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade
[slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer]
- tegen het hoofd en/of keel en/of hals en/of tegen het lichaam geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of
- de keel en/of hals dichtgedrukt/dichtgeknepen en/of enige tijd de keel of hals dichtgedrukt/ dichtgeknepen gehouden en/of
- de luchtwegen dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, (te weten:
- breuk (onder)kaak en/of
- steek- /snijverwondingen pols(en) en/of
- afgesneden/afgescheurde/afgebeten linkeroor en/of
- diverse bloeduitstortingen gezicht en/of linkerkaak en/of ogen en/of oogleden
- forse zwelling lippen en/of
- scheurwond hoofd links en/of
- bloeduitstortingen borstkas rechts en/of linkerslaap en/of schedeldak en/of hals (net naast sleutelbeen) en/of schildkraakbeen (tot in linker speekselklier)),
immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer) van zijn mededader(s) opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade,
- ( een gedeelte van) een oor van die [slachtoffer] afgebeten en/of afgesneden en/of
- ( meermalen) (met kracht) geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt tegen het hoofd en/of gezicht en/of keel en/of hals en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- de keel en/of hals dichtgedrukt/dichtgeknepen en/of enige tijd de keel en/of hals dichtgedrukt/ dichtgeknepen te houden en/of
- met een scherp en/of puntig voorwerp in de polsen en/of armen van die [slachtoffer] gesneden en/of te gestoken, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;
meer subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6]
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, (te weten:
- breuk (onder)kaak en/of
- steek- /snijverwondingen pols(en) en/of
- afgesneden/afgescheurde/afgebeten linkeroor en/of
- diverse bloeduitstortingen gezicht en/of linkerkaak en/of ogen en/of oogleden
- forse zwelling lippen en/of
- scheurwond hoofd links en/of
- bloeduitstortingen borstkas rechts en/of linkerslaap en/of schedeldak en/of hals (net naast sleutelbeen) en/of schildkraakbeen (tot in linker speekselklier)),
immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer) van zijn mededader(s) opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade,
- ( een gedeelte van) een oor van die [slachtoffer] afgebeten en/of afgesneden en/of
- ( meermalen) (met kracht) geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt tegen het hoofd en/of gezicht en/of keel en/of hals en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- de keel en/of hals dichtgedrukt/dichtgeknepen en/of enige tijd de keel en/of hals dichtgedrukt/ dichtgeknepen te houden en/of
- met een scherp en/of puntig voorwerp in de polsen en/of armen van die [slachtoffer] gesneden en/of te gestoken, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011te 's-Gravenhage opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft immers heeft hij, verdachte toen en daar
- een stroomstootwapen en/of twee, althans een of meer vuurwapen(s) gehaald en/of
- één van de auto's bestuurd waarmee die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die [medeverdachte 5] en/of die [medeverdachte 6] zich hebben verplaatst teneinde die [slachtoffer] te ontmoeten en/of die [slachtoffer] te vervoeren en/of
- die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die [medeverdachte 5] en/of die [medeverdachte 6] een of meermalen vervoerd per auto van en/of naar de plaats waar die [slachtoffer] zich bevond en/of
- scheppen en/of hoofdlampjes en/of werkhandschoenen gekocht ten behoeve van het graven van een graf voor die [slachtoffer] en/of
- ( vervolgens) een graf gegraven;
2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), toen daar opzettelijk wederrechtelijk
- een ontmoeting met die [slachtoffer] geregeld en/of
-(tijdens voornoemde ontmoeting) die [slachtoffer] gedwongen om in een auto in te stappen en/of mee te rijden en/of
- die [slachtoffer] bedreigd met een vuurwapen, althans een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of een vuurwapen getoond aan die [slachtoffer] en/of
- tijdens de autorit die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of gestompt en/of (een gedeelte van) een oor afgebeten en/of afgesneden en/of
- die [slachtoffer] naar een woning (aan de [adres]) gebracht en die [slachtoffer] aldaar (vervolgens) vastgebonden en/of vastgehouden en/of
- die [slachtoffer] opgesloten in een woning ([adres]) en/of
- die [slachtoffer] (meermalen) geslagen en/of geschopt tegen zijn hoofd en/of zijn lichaam en/of
- de polsen en/of benen van die [slachtoffer] vastgebonden en/of geboeid (met plastic folie en/of handboeien) en/of
- tape over de mond van die [slachtoffer] geplakt en/of
- met een scherp en/of puntig voorwerp in de polsen en/of armen van die [slachtoffer] gesnedenen/of
- de keel of hals dicht te gedrukt/geknepen en/of enige tijd de keel of hals dichtgedrukt/dichtgeknepen te houden en/of
- een dekbed in een dekbedhoes en/of een deken over het bovenlichaam en/of het hoofd van de [slachtoffer] gelegd en/of
- door uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht die [slachtoffer] in de woning gehouden en/of aldus, uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht die [slachtoffer] belet de woning te verlaten;
ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6]
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), toen daar opzettelijk wederrechtelijk
- een ontmoeting met die [slachtoffer] geregeld en/of
-(tijdens voornoemde ontmoeting) die [slachtoffer] gedwongen om in een auto in te stappen en/of mee te rijden en/of
- die [slachtoffer] bedreigd met een vuurwapen, althans een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of een vuurwapen getoond aan die [slachtoffer] en/of
- tijdens de autorit die [slachtoffer] een of meermalen geslagen en/of gestompt en/of (een gedeelte van) een oor afgebeten en/of afgesneden en/of
- die [slachtoffer] naar een woning (aan de [adres]) gebracht en die [slachtoffer] aldaar (vervolgens) vastgebonden en/of vastgehouden en/of
- die [slachtoffer] opgesloten in een woning ([adres]) en/of
- die [slachtoffer] (meermalen) geslagen en/of geschopt tegen zijn hoofd en/of zijn lichaam en/of
- de polsen en/of benen van die [slachtoffer] vastgebonden en/of geboeid (met plastic folie en/of handboeien) en/of
- tape over de mond van die [slachtoffer] geplakt en/of
- met een scherp en/of puntig voorwerp in de polsen en/of armen van die [slachtoffer] gesnedenen/of
- de keel of hals dicht te gedrukt/geknepen en/of enige tijd de keel of hals dichtgedrukt/dichtgeknepen te houden en/of
- een dekbed in een dekbedhoes en/of een deken over het bovenlichaam en/of het hoofd van de [slachtoffer] gelegd en/of
- door uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht die [slachtoffer] in de woning gehouden en/of aldus, uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht die [slachtoffer] belet de woning te verlaten;
ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 december 2011 tot en met 03 december 2011 te 's-Gravenhage opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft immers heeft hij, verdachte toen en daar
- een stroomstootwapen en/of twee, althans een of meer vuurwapen(s) gehaald en/of
- één van de auto's bestuurd waarmee die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die [medeverdachte 5] en/of die [medeverdachte 6] zich hebben verplaatst teneinde die [slachtoffer] te ontmoeten en/of die [slachtoffer] te vervoeren en/of
- die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die [medeverdachte 5] en/of die [medeverdachte 6] een of meermalen vervoerd per auto van en/of naar de plaats waar die [slachtoffer] zich bevond en/of
- scheppen en/of hoofdlampjes en/of werkhandschoenen gekocht ten behoeve van het graven van een graf voor die [slachtoffer] en/of
- ( vervolgens) een graf gegraven;
3.hij op of omstreeks 03 december 2011 te 's-Gravenhage een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een vuurwapen, kaliber 7.62 voorhanden heeft gehad.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen omdat het zich niet daarmee niet verenigt.
Het hof zal daarom opnieuw recht doen.
Vrijspraak van het onder 1 en 3 ten laste gelegde
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 3 ten laste is gelegde, zodat hij daarvan – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal – dient te worden vrijgesproken.
Vrijspraak van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde
Op 1 december 2011 omstreeks 17:00 uur is het slachtoffer [slachtoffer] aan de Laakkade te Den Haag van zijn vrijheid beroofd. Aldaar is hij gedwongen om in een auto te stappen en vervolgens is hij vervoerd naar een woning aan de [adres] te Den Haag, in welke woning hij de gehele avond en nacht is vastgehouden. Tijdens en gedurende de vrijheidsberoving is fors geweld toegepast op [slachtoffer]. Op 2 december 2011 in de loop van de ochtend is [slachtoffer] in de woning aan de [adres] komen te overlijden ten gevolge van de letsels die zijn veroorzaakt door het op hem toegepaste geweld.
Gebleken is dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op 1 december 2011 bij de vrijheidsberoving van [slachtoffer] aan de Laakkade en bij de daarop volgende gebeurtenissen bij en in de woning aan de [adres] betrokken zijn geweest. [medeverdachte 2], [medeverdachte 4], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] hebben (op enig moment) verklaard dat de verdachte toen daar met hen aanwezig is geweest. Zij hebben verklaard dat de verdachte samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] in een Audi A6 achter de auto is aangereden waarmee [slachtoffer] naar de [adres] werd gebracht. Tijdens deze rit was vanuit de Audi A6 te zien hoe [slachtoffer] in de andere auto door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werd mishandeld. Daarnaast volgt uit hun verklaringen dat de verdachte die dag tussen 16:00 uur en 17:00 uur in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 2] te Den Haag aanwezig is geweest toen – kort gezegd – werd besproken dat [slachtoffer] tegen zijn wil zou worden vastgehouden.
De verdachte heeft ontkend op 1 december 2011 met de medeverdachten aan de Laakkade of [adres] te zijn geweest. Ter terechtzitting in eerste aanleg van 7 november 2011 heeft hij verklaard dat hij die middag een persoon genaamd [naam] naar het Westeinde ziekenhuis heeft gebracht in de Audi van [medeverdachte 1].
[medeverdachte 3] is tijdens zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris op 11 oktober 2012 teruggekomen op zijn verklaring voor zover hij hierin de verdachte heeft belast.
Het hof acht de verklaringen van de medeverdachten niet betrouwbaar voor zover deze zien op de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde op 1 december 2011. Daartoe overweegt het hof dat uit de historische telefoongegevens van de telefoon(nummers)s in gebruik bij de verdachte en de medeverdachten volgt dat de verdachte zowel kort voor als ten tijde van de vrijheidsberoving en de daarop volgende gebeurtenissen steeds op een andere locatie is geweest dan de medeverdachten. De verdachte maakte bijvoorbeeld van 15:51 uur tot 17:37 uur gebruik van een zendmast aan de Loosduinseweg te Den Haag, terwijl de medeverdachten toen gebruik maakten van zendmasten nabij de Laakkade en [adres]. Daarenboven is gebleken dat het kenteken van de Audi A6 welke de verdachte die dag heeft bestuurd, tussen 15:53 uur en 17:33 uur is geregistreerd bij de Lijnbaan en Loosduinseweg te Den Haag. Zowel de Lijnbaan als de Loosduinseweg zijn gelegen nabij het Westeinde ziekenhuis te Den Haag.
Gesteld noch gebleken is dat een ander dan de verdachte gebruik zou hebben gemaakt van een of meer telefoons van de verdachte en in de Audi op voornoemde tijd en plaats is gesignaleerd.
Het hof merkt op dat uit de historische telefoongegevens van het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte weliswaar volgt dat hij op 1 december 2011 tussen 20:45 uur en 20:50 uur gebruik heeft gemaakt van een zendmast nabij de [adres], maar dat niet kan worden bewezen dat hij toen in de woning is geweest dan wel anderszins wetenschap had dat [slachtoffer] op dat moment in de woning werd vastgehouden.
Voor wat betreft de betrokkenheid van de verdachte bij de gebeurtenissen op 2 december 2011 overweegt het hof als volgt. Door een aantal medeverdachten is verklaard dat de verdachte [medeverdachte 2] in de ochtend van 2 december 2011 van de [adres] en naar de [adres 3] heeft gebracht, almede dat hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van de [adres 3] naar de [adres] heeft gereden. Volgens [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] is de verdachte ook in de woning aan de [adres] aanwezig geweest toen aldaar werd geconstateerd dat [slachtoffer] was overleden. Verder is verklaard dat de verdachte aanwezig is geweest in de woning aan de [adres 3] toen daar werd besproken wat te doen met het ontzielde lichaam van [slachtoffer], alsook dat hij met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar de Gamma is gegaan om werkhandschoenen en scheppen te kopen waarna hij met hen naar de bosjes aan de [adres 4] te Wassenaar is gegaan om een graf te graven. Het vorenstaande wordt ondersteund door de historische telefoongegevens van het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte waaruit volgt dat hij zich gedurende die hele dag meermalen heeft verplaatst tussen de [adres 3] en de [adres]. Ook is op 2 december 2011 omstreeks 13:30 uur een sms-bericht verstuurd naar de telefoon van de verdachte, inhoudende “Waar is de telefoon van [slachtoffer]?” (het hof begrijpt: [slachtoffer]). Daarnaast is in de auto waarin de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn aangehouden, welke auto blijkens de TomTom in de avond van 2 december 2011 gedurende 45 minuten heeft stilgestaan aan de [adres 4] te Wassenaar, een paar werkhandschoenen aangetroffen met daarin een DNA-profiel dat overeenkomt met het DNA-profiel van de verdachte.
Op grond van het vorenstaande kan worden aangenomen dat de verdachte betrokken is geweest bij de gebeurtenissen op 2 december 2011. Het hof is evenwel van oordeel dat nergens uit valt af te leiden dat deze betrokkenheid verband hield met de vrijheidsbeneming, en het voortduren daarvan, van [slachtoffer]. Daartoe overweegt het hof dat het dossier weliswaar aanwijzingen bevat dat de verdachte bekend was met de situatie waarin [slachtoffer] zich bevond, zo heeft hij in de ten laste gelegde periode meermalen contact gehad met de medeverdachten, maar dat concreet bewijs voor die wetenschap in het dossier ontbreekt. Ten aanzien van het aan de verdachte verstuurde sms-bericht merkt het hof op dat niet duidelijk is geworden of dit bericht is verstuurd nadat [slachtoffer] was overleden en dus nadat de vrijheidsberoving was voltooid/geëindigd. Tenslotte neemt het hof in aanmerking dat de bewijsbare betrokkenheid van verdachte bij het na afloop van de vrijheidsberoving uitwissen van sporen in de tijdslijn moet worden gesitueerd na het overlijden van [slachtoffer] en daarmee na de voltooiing van de vrijheidsberoving. Dergelijke handelingen dragen niet bij aan het bewijs van medeplichtigheid aan het gronddelict, nu deze immers niet de strekking hebben gehad het misdrijf, te weten wederrechtelijke vrijheidsberoving, te bevorderen of gemakkelijk te maken. Voor het uitwissen van sporen of het afwikkelen van de vrijheidsberoving door het graven van een gat in de grond voor het stoffelijk overschot van het slachtoffer komt derhalve een vervolging op grond van artikel 189 Wetboek van Strafrecht eerder in aanmerking.
Dit feit is evenwel niet ten laste gelegd.
Het hof komt tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met de medeverdachten bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer], welke vrijheidsberoving de dood ten gevolge heeft gehad, noch dat hij daarbij behulpzaam is geweest. Derhalve dient de verdachte te worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, het onder 2 primair en subsidiair en het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,
mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en mr. J.A.C. Bartels, in bijzijn van de griffier mr. N.N.D. Bos.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 september 2015.