V-N 2024/39.15
HvJ EU beantwoordt prejudiciële vragen over vergelijkbaarheid voor de BTW van bedrijfstakpensioenfondsen met collectieve beleggingsfondsen
HvJ EU 05-09-2024, ECLI:EU:C:2024:688, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Inspecteur van de Belastingdienst Utrecht, Fiscale Eenheid Achmea, Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten, BPL Pensioen, BPFL)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
5 september 2024
- Magistraten
Lycourgos, Spineanu-Matei, Bonichot, Rodin, Rossi
- Zaaknummer
C-639/22
C-640/22
C-641/22
C-642/22
C-643/22
C-644/22
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Inspecteur van de Belastingdienst Utrecht
Fiscale Eenheid Achmea
Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten
BPL Pensioen
BPFL
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS977656:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:688, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 05‑09‑2024
ECLI:EU:C:2024:243, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat de deelnemers aan een pensioenfonds alleen maar het beleggingsrisico dragen wanneer de pensioenuitkering in de eerste plaats afhankelijk is van de resultaten van de beleggingen. Daarbij is het aantal jaren dat een deelnemer pensioenrechten heeft opgebouwd niet van belang.
Samenvatting
In zes zaken stelt Rechtbank Gelderland op 5 en 6 oktober 2022 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU (X, Stichting BPL Pensioen, Stichting Bedrijfstakpensioensfonds voor het levensmiddelenbedrijf, Fiscale Eenheid Achmea BV, Y en Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten). De rechtbank wil weten of en onder welke voorwaarden bepaalde bedrijfstakpensioenfondsen als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.