V-N 2020/54.20
Geen pleitbaar standpunt vastgoedhandelaar voor onjuiste BTW-aangifte
HR 06-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1504, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 oktober 2020
- Magistraten
Van den Brink, Faase, Röttgering
- Zaaknummer
18/01534
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS237715:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Facturering en administratie
Fiscaal strafrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1504, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:493, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑05‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
De strafkamer van de Hoge Raad bevestigt dat de notariële afrekening met de door de verkoper verschuldigde BTW, die door de heer X voor akkoord is ondertekend, als ‘eigen’ verkoopfactuur van zijn bv is aan te merken, zodat de verschuldigdheid van de BTW reeds daaruit voortvloeide.
Samenvatting
X is vastgoedhandelaar en zijn bv verkoopt vanwege de financiële crisis in 2008 een aantal panden aan woningbouwvereniging Rochdale. X wordt later als feitelijk leidinggever van de bv vervolgd, omdat de verschuldigde BTW (€ 1.486.750), vanwege een onjuiste aangifte, niet op aangifte is voldaan. Volgens Hof Amsterdam (strafkamer) had X ten tijde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.