NJ 2021/399
Vervolg op NJ 2018/480 (prejudiciële vraag aan HvJ EU). 1. Is strafbaarstelling van verblijf in Nederland in strijd met een inreisverbod verenigbaar met het Unierecht als de betrokkene het land niet heeft verlaten? 2. Kwalificatieklacht.
HR 01-12-2020, ECLI:NL:HR:2020:1893, m.nt. K.K. Lindenberg
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
1 december 2020
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
17/03472
- Conclusie
P-G mr. J. Silvis
- Noot
K.K. Lindenberg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS626052:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Vreemdelingenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1893, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 01‑12‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:935, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑10‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑11‑2019
ECLI:NL:HR:2018:2192, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1019, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑09‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:612, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑06‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑05‑2017
- Wetingang
Essentie
Vervolg opNJ 2018/480 (prejudiciële vraag aan HvJ EU). 1. Is strafbaarstelling van verblijf in Nederland in strijd met een inreisverbod verenigbaar met het Unierecht als de betrokkene het land niet heeft verlaten? 2. Kwalificatieklacht. Het bestanddeel dat verdachte ‘wist of ernstige reden had te vermoeden’ dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd ontbreekt in de bewezenverklaring.