V-N 2019/21.4
Nederland past verrekening buitenlandse belasting correct toe
HR 12-04-2019, ECLI:NL:HR:2019:581, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 april 2019
- Zaaknummer
18/04260
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS47732:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Europees belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:581, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑04‑2019
- Wetingang
Essentie
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in navolging van de rechtbank dat de inspecteur terecht slechts 15% bronbelasting hoeft te verrekenen. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).
Samenvatting
Belanghebbende, X, ontvangt in 2013 uit Duitsland, Frankrijk en Spanje in totaal € 123.381 aan dividend. X geeft in zijn IB-aangifte € 33.884 aan verrekenbare buitenlandse bronbelasting aan, terwijl de inspecteur slechts verrekening toestaat van € 18.507. Het geschil betreft het bedrag aan verrekenbare buitenlandse bronbelasting.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt in navolging van de rechtbank dat de inspecteur terecht slechts verrekening toestaat van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.