NJ 1924, p. 711
Wanneer wordt, bij een overeenkomst met een beding ten behoeve van een derde, het recht van den derde geboren?
HR 13-02-1924, ECLI:NL:HR:1924:325
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 1924
- Magistraten
Mrs. Jhr. de Savornin Lohman, Fentener v. Vlissingen, Segers, Savelberg en Visser
- Zaaknummer
[13021924/NJ_1924,_p._711]
- Conclusie
Conclusie van den Advocaat-Generaal Mr. Besier.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1924:325, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑1924
- Wetingang
(BW art. 1353; SW 1859 art. 1.)
Essentie
Wanneer wordt, bij een overeenkomst met een beding ten behoeve van een derde, het recht van den derde geboren?
Samenvatting
De stelling dat de derde, krachtens overeenkomst, rechten zou verkrijgen zonder eenige door of namens hem gedane wilsverklaring, is in strijd met de ook art. 1353 B. W. beheerschende beginselen van het Nederl. verbintenissenrecht.
Door het te zijnen behoeve gemaakte beding wordt den derde wel de gelegenheid geboden om door tijdige aanvaarding recht op het door een ander voor hem bedongene te verkrijgen, doch de rechtsbetrekkingen tusschen hem en den schuldsnaar, medebrengende het recht op het bedongene zelf, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.