Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.5:II.A.5. Overeenkomsten met een erfrechtelijke strekking; de 'quasi-legatenregeling'
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.5
II.A.5. Overeenkomsten met een erfrechtelijke strekking; de 'quasi-legatenregeling'
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407166:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de quasi-legatenregeling FWM.J. SCHOLS, Quasi-erfrecht met bindende elementen (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2005.
Zie ook art. 4:7 lid1 letter i BW
Zie W BREEMHAAR, De uiterste wilsbeschikking (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1992, p. 11.
E.M. MEIJERS, De Algemene Begrippen van het Burgerlijk Recht, Leiden: Universitaire pers 1948, p. 295.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor hebben wij gezien dat een uiterste wilsbeschikking geen overeenkomst is en een overeenkomst geen uiterste wilsbeschikking. Het feit echter dat een overeenkomst geen uiterste wilsbeschikking kan zijn, wil overigens niet zeggen dat onder het nieuwe erfrecht geen rekening gehouden wordt met overeenkomsten die werking hebben bij dode. De beoefenaren van het erfrecht zijn namelijk geconfronteerdmet een nieuw fenomeen, de zogenaamde 'quasi-legatenregeling'.1Bepaalde overeenkomsten worden voor de toepassing van hetgeen in Boek 4 is bepaaldbetreffende inkorting en vermindering, aangemerkt als legaten.2
Het kunnen geen legaten zijn, omdat het overeenkomsten betreft.Vandaar dat men spreekt van quasi-legaten.
Een voorbeeld van een quasi-legaat vinden we in art. 4:126 lid 2 letter a BW:
'Een beding dat een goed van een der partijen onder opschortende voorwaarde of opschortende tijdsbepaling op een ander overgaat of kan overgaan, voor zover het beding wordt toegepast in geval van overlijden van degene aan wie het goed toebehoort; wederkerigheid van het beding geldt niet als tegenprestatie.'
Voor 'beding' kunnen we lezen overeenkomst. Het meest sprekende voorbeeldvan een quasi-legaat is het verblijvensbeding ten titel van kanscontract. Het erfrecht houdt de definitie van uiterste wilsbeschikkingen zuiver. De streep wordt aan de ene kant getrokken bij de eenzijdigheid, terwijl aan de andere kant wel degelijk rekening gehouden wordt met overeenkomsten met een erfrechtelijke strekking. De'twilight-zone' van het erfrecht.
Deze 'quasi-legatenregeling' deed bij mij de gedachte aan het spiegelbeeld hiervan oproepen. Een eenzijdige rechtshandeling met het karakter van een overeenkomst. Let wel: het wordt geen overeenkomst. Een uiterste wil blijft een eenzijdige rechtshandeling.3 Dit benadruk ik hierna met de term 'quasi-overeenkomst'.
Meijers wees overigens in zijn'Algemene begrippen'4 in een andere context reeds op het bestaan van het fenomeen van 'quasi-rechtshandelingen'. Dit zijn volgens hem'gedragingen, waarbij na een rechtmatige handeling een rechtsgevolg intreedt, niet omdat de handelende persoon dit gewild heeft, maar omdat het objektieve recht dit redelijk oordeelt'.
Een mooi voorbeeld van de toepassing van de gedachte achter de quasi-rechtshandeling is bijvoorbeeld ook de regeling van makingen onder een opschortende voorwaarde, waarop door de wetgever in art. 4:138 lid 2 BW de bepalingen van vruchtgebruik van titel 8 van Boek 3 BW van overeenkomstige toepassing worden verklaard, zodat in dat verband ook gesproken wordt van een quasi-vruchtgebruiker en een quasi-bloot-eigenaar. Ook hier geldt: men verkrijgt niet het recht van vruchtgebruik, maar men past slechts de vruchtgebruikregels toe op de rechtsfiguur making onder voorwaarde.