NJ 2024/168
Groepsbelediging a.b.i. art. 137c lid 1 Sr. 1. Gericht op bepaalde groep mensen (Joden). 2. Belediging wegens ras. 3. Geen schending art. 10 EVRM.
HR 16-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:589, m.nt. N. Rozemond
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 april 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03539
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
N. Rozemond
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS962798:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Staatsrecht / Grondrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:589, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:152, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Groepsbelediging a.b.i. art. 137c lid 1 Sr van Joden, door in marge van een Israël-Palestina demonstratie een bord te tonen met daarop de Israëlische vlag waarbij de davidster was vervangen door een blauwe kakkerlak. 1. Uitlating onmiskenbaar gericht op bepaalde groep mensen (Joden). 2. Belediging wegens ras. 3. Geen schending art. 10 EVRM.