Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.8.2:13.8.2 Samenloop met verticaal toezicht
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.8.2
13.8.2 Samenloop met verticaal toezicht
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494700:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook zal het noodzakelijk blijven om zicht te houden op de risico’s van dergelijk gedrag en de wijze waarop zo spoedig mogelijk en met voldoende betrouwbaarheid kan worden bepaald of het gedrag gewenst is. Zie Berkhout/Van Engers 2012, onderdeel 2.
Oenema 2010, onderdeel 1.
Oenema/Van der Enden 2013.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de praktijk betekent het uitgaan van vertrouwen niet dat toetsing en controle overboord worden gezet. Binnen horizontaal toezicht blijft de aandacht voor en correctie van non-compliant gedrag onverminderd bestaan.1 Beide toezichtsvormen kunnen naast elkaar bestaan. Horizontaal toezicht kan wel van invloed zijn op de wijze waarop het verticaal toezichtsonderzoek plaatsvindt. Vgl. Oenema die meent dat de wettelijke toezichtsbevoegdheden blijven gelden, maar dat de inspecteur terughoudendheid moet zijn in het gebruik van die bevoegdheden. Het ‘willekeurig’ gebruikmaken daarvan kan het wederzijds vertrouwen waarop horizontaal toezicht steunt, frustreren.2
De uitoefening van toezichtsbevoegdheden kan worden beperkt in het handhavingsconvenant zelf of anderszins. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren vanwege de schending van één of meer beginselen van behoorlijk bestuur of behoorlijk procesrecht. Vgl. de situatie waarin de inspecteur de betrokkene ondubbelzinnig toezegt bepaalde belastingaangiften of jaren niet meer te controleren. De belastingplichtige mag aan een dergelijke toezegging als regel het vertrouwen ontlenen dat de inspecteur daarover dan niet alsnog zal vragen zal stellen.
Gereguleerde zelfcontrole
Oenema en Van der Enden bepleiten een derde variant van fiscaal toezicht, namelijk gereguleerde zelfcontrole.3 Deze variant steunt op een normenkader voor de interne beheersingssystemen van de belastingplichtige onderneming. Een belastingplichtige die aantoont dat bedrijfsadministratieve systemen deugdelijk kunnen waarborgen dat er een bij de belastingwet voorziene aangifte wordt ingediend, kan een beroep doen op zogenoemde fiscale zelfcontrole. Volgens schrijvers staat deze toezichtsvariant tussen het (klassieke) verticale toezicht en het (nieuwe) horizontale toezicht. Hij beoogt de rechten van belastingplichtigen beter te waarborgen, terwijl medewerkers van de Belastingdienst heldere kaders krijgen om de mate en intensiteit van het (nog) vereiste toezicht afhankelijk te stellen van de interne beheersingssystemen van de belastingplichtige.