JAR 2016/64
Is de toepassing van art. 7:666 BW bij pre-pack wel richtlijnconform? Kantonrechter stelt prejudiciële vragen in Estro-zaak.
Rb. Midden-Nederland 24-02-2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:954
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
24 februari 2016
- Magistraten
Mr. R.M. Berendsen
- Zaaknummer
3821875 MC EXPL 15-951
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2016:954, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 24‑02‑2016
ECLI:NL:RBMNE:2015:4365, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 03‑06‑2015
- Wetingang
Art. 7:666 BW
Essentie
Bij Kinderopvangbedrijf Estro is gebruik gemaakt van de zogenoemd pre-pack faillissement. Voorafgaand aan de faillietverklaring heeft een ‘stille’ voorbereidingsprocedure plaatsgevonden waarin de beoogd curator een doorstart heeft voorbereid. Vlak na faillietverklaring is deze doorstart geeffectueerd door een overname door Smallsteps. Ongeveer 1000 werknemers verloren hierbij hun baan. FNV is samen met een aantal voormalige werknemers een procedure gestart. Zij stellen zich op het standpunt dat alle werknemer van Estro door overgang van onderneming zijn overgegaan op Smallsteps en hun arbeidsvoorwaarden hebben behouden. Op grond van art. 7:666 BW is de regeling inzake overgang van onderneming weliswaar niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.