Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/7.1:7.1 Gebondenheidseis
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/7.1
7.1 Gebondenheidseis
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS406950:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De afnemer is aan algemene voorwaarden gebonden als hij de gelding van die voorwaarden heeft aanvaard door ondertekening van een geschrift of op andere wijze (art. 3:33 e.v., 6:217 en 6:231 sub c BW). Daarvoor is blijkens art. 6:232 BW niet relevant of hij de inhoud van de algemene voorwaarden kende. Wel relevant voor de vraag of van aanvaarding sprake is, zijn omstandigheden zoals de hoedanigheid van partijen, de al dan niet bestendige relatie, de verwijzing op facturen naar algemene voorwaarden, het uitblijven van tijdig protesteren, de gebruikelijkheid van de algemene voorwaarden in de branche, etc.1 De art. 6:231 en 232 BW zijn blijkens art. 6:246 BW van dwingend recht.
De vraag naar gebondenheid op basis van voornoemde art. 3:33 e.v., 6:217, 6:231 sub c en 6:232 BW moet worden beantwoord bij alle partijen ongeacht hun hoedanigheid. Hierop is echter één uitzondering. Art. 6:247 lid 2 BW bepaalt, kort gezegd, dat als beide partijen professionele partijen zijn en één van hen niet in Nederland is gevestigd, de hele afdeling niet van toepassing is, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst. Dat de 'hele afdeling' niet van toepassing is betekent bijvoorbeeld dat een buitenlandse leverancier die naar Nederlands recht contracteert, zich niets gelegen hoeft te laten liggen aan art. 6:232 BW.
Eén van de belangrijkste uitspraken over gebondenheid is Petermann/Frans Maas.2 De zaak betreft een dispuut tussen de Duitse handelsonderneming Petermann en de Nederlandse expediteur Frans Maas en gaat over het volgende. Aan de voet van het briefpapier van Frans Maas staat een voorgedrukte verwijzing naar de FENEx-voorwaarden. De Hoge Raad oordeelt dat Petermann wel degelijk aan die algemene voorwaarden is gebonden omdat als Petermann niet zeker was van de betekenis van die verwijzing zij daarover opheldering had moeten vragen aan Frans Maas alvorens deze een expeditieopdracht te verstrekken. Petermann is, als internationaal opererende handelsonderneming, er immers van op de hoogte dat dit soort voetteksten verwijzingen naar algemene voorwaarden kunnen bevatten, aldus de Hoge Raad. Op Petermann rust daarom een onderzoeksplicht. Petermann is deze onderzoeksplicht niet nagekomen.