Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.3.2
11.3.2 Inbreng in natura
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402366:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld het pleidooi van Eidenmüller voor afschaffing van alle regels inzake de waardering van inbreng (Eidenmüller 2007, p. 209).
Zie § 8(2) GmbHG.
De vaststelling dat sprake was van een Verdeckte Sacheinlage had voor de invoering van het MoMiG vergaande gevolgen voor de aandeelhouder. Omdat niet was voldaan aan de vereisten die het GmbHGesetz stelt aan inbreng in natura, werd de aandeelhouder geacht nimmer op zijn aandelen te hebben gestort, zodat de koop van het goed nietig was. In een eventueel faillissement kon de aandeelhouder dus nogmaals tot volstorting van zijn aandelen worden aangesproken, waardoor deze feitelijk twee keer tot inbreng gehouden was. Uit hoofde van zijn eerdere betaling had de aandeelhouder slechts een (doorgaans in faillissement waardeloze) concurrente vordering op de vennootschap. Het MoMiG heeft daarom de regeling in § 19(4) GmbHG herzien. Weliswaar is nog steeds niet duidelijk aangegeven wanneer een transactie als een Verdeckte Sacheinlage kwalificeert, maar de gevolgen van deze kwalificatie zijn wel ingrijpend gewijzigd. De op de aandeelhouder rustende stortingsplicht wordt verminderd met de waarde van zijn werkelijke inbreng (het vermogensbestandsdeel). De aandeelhouder dient daarbij de waarde van het ingebrachte goed te bewijzen.
Het MoMiG heeft, ondanks pleidooien daarvoor in de literatuur,1 geen ingrijpende wijzigingen meegebracht ten aanzien van de vereisten die gesteld worden aan de inbreng in natura. Zo dienen nog steeds een beschrijving van de ingebrachte goederen en het nominale bedrag waarvoor deze zijn ingebracht, te worden vermeld in de akte van oprichting (Gesellschaftsvertrag). Ook moeten oprichters aan het Registergericht een Sachgründungsbericht overleggen. Het Registergericht toetst sinds het MoMiG niet meer of de inbreng toereikend is, maar louter of geen sprake is van een wezenlijke overwaardering van het actief (nicht unwesentliche Überbewertung).2 Ook de normering van de ‘verkapte inbreng in natura’ (Verdeckte Sacheinlage) is in 2008 enigszins versoepeld.3