Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.1.1
8.1.1 De wereldwijde financiële crisis
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS456481:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Baldwin & Wyplosz 2015, p. 481-482.
Van Ewijk & Teulings 2009, p. 12-13; Engel & McCoy 2011; Baldwin & Wyplosz 2015, p. 481.
De Grauwe 2008, p. 2, 11.
Zie voor het ontstaan van deze subprime-hypothekenmarkt: Engel & McCoy 2011, p. 15-42.
Van Ewijk & Teulings 2009, p. 20-24; Kolb 2010, part IV; Engel & McCoy 2011, p. 43-65; Baldwin & Wyplosz 2015, p. 481-482.
Baldwin & Wyplosz 2015, p. 482.
Op 22 februari 2008 werd al de Britse bank Northern Rock genationaliseerd. Op 14 maart 2008 kreeg de Amerikaanse bank Bear Stearns een kapitaalinjectie van concurrent JP Morgan Chase en de Amerikaanse centrale bank, waarna zij op 17 maart 2008 door JP Morgan Chase werd overgenomen. Ook een van de grootste verzekeraars ter wereld, AIG, kwam in de problemen en ontving in september 2008 staatssteun van de Amerikaanse overheid. Zie over deze gevallen: Van Ewijk & Teulings 2009, p. 35, 39 en 41. Daarnaast werden de Amerikaanse hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac begin september 2008 into conservatorship geplaatst, waardoor de zeggenschap overging op de overheid. Tot slot werd vrijwel tegelijk met het faillissement van Lehman Brothers op 14 september 2008 de Amerikaanse bank Merrill Lynch overgenomen door Bank of America. Zie over Fannie Mae en Freddie Mac, Lehman Brothers en AIG: Engel & McCoy 2011, p. 99-107.
Baldwin & Wyplosz 2015, p. 483; Van Ewijk & Teulings 2009, p. 40.
Engel & McCoy 2011, p. 80-81.
Zie over de ontwikkeling van de bankencrisis naar de rest van de economie: Van Ewijk & Teulings 2009, p. 52-73.
Na een jarenlange scherpe stijging, begonnen de huizenprijzen in de Verenigde Staten vanaf april 2007 hard te dalen.1 Pas na ruim twee jaar bleek de bodem bereikt. Dit had niet alleen grote gevolgen voor huizenbezitters, maar ook voor banken en andere financiële instellingen. De zogeheten subprime-hypotheken, tijdens de crisis vaak aangeduid als rommelhypotheken, speelden hier een grote rol in.2
Bij deze hypotheken werden leningen verstrekt aan huizenkopers die eigenlijk niet (voldoende) kredietwaardig waren. Dit was mogelijk vanwege de deregulering van de financiële markten vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw.3 De zogenoemde NINJA-hypotheken vormden een onderdeel van deze subprime-hypotheken, waarbij zelfs krediet werd verschaft aan personen met ‘No Income, No Job or Assets’. Met een subprime-hypotheek kon iemand een huis kopen, tegen een lage rente voor de eerste twee of drie jaar.4 Na die eerste jaren steeg de rente flink. Om dit te kunnen betalen, werd een nieuwe lening afgesloten, wederom tegen een aanvankelijk lage rente. De waarde van het huis zou in die jaren echter al aanzienlijk zijn gestegen, waardoor de bank wel bereid zou zijn om tegen verpanding van de overwaarde de nieuwe lening te verschaffen. Een groot deel van dit type hypotheken werd vervolgens opgeknipt, gebundeld en doorverkocht aan pensioensfondsen, verzekeraars en andere banken. Dit proces wordt securitisatie genoemd.5 Het doel hiervan was het risico van de hypotheken afwentelen op andere partijen, die tegen een hoger rendement bereid waren meer risico te dragen.
Zolang de huizenprijzen stegen, leverden de subprime-hypotheken weinig problemen op. Toen de huizenbubbel in 2007 echter klapte, kwamen veel banken in de problemen. De ‘pakketjes’ van hypotheken die door securitisatie waren ontstaan zorgden door de daling van de huizenprijzen voor grote verliezen.6 Hierdoor werd het steeds lastiger om kapitaal aan te trekken. Nadat al eerder andere banken en financiële instellingen in moeilijkheden waren gekomen, ging op 15 september 2008 de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers failliet.7
Het faillissement had grote gevolgen voor het vertrouwen op de interbancaire markt.8 Financiële instellingen wisten niet van elkaar wie welke verliezen droeg en zagen elkaar als een potentieel nieuwe Lehman. Zij werden daarom zeer terughoudend met het verstrekken van leningen aan elkaar. Financiering werd steeds lastiger. Deze krediet- of bankencrisis had ook consequenties voor banken buiten de Verenigde Staten en voor banken die buiten de subprime-hypotheken waren gebleven.9 De onzekerheid over de toestand van banken werd te groot en hoewel centrale banken en overheden allerlei noodmaatregelen namen, bleek een wereldwijde financiële crisis niet meer te voorkomen.10