Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/94
94 Voorlopig getuigenverhoor na vaststelling onrechtmatig overheidshandelen
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS451023:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
In de reacties op het wetsvoorstel werd dit als zwaarwegend bezwaar tegen het wetsvoorstel gezien. Zie onder andere T. Barkhuysen, ‘Het consumenten-perspectief op het Voorontwerp’, NJB 2007, 1684; K.J. de Graaf en A.T. Marseille, ‘Een weg uit de doolhof?’, NJB 2007, 1682; J.E.M. Polak, ‘Goede polderoplossing’, NJB 2007, 1683; B.J. Schueler, ‘De onrechtmatige overheidsdaad in het Voorontwerp Schadevergoeding’, NTBR 2007, 38.
Rb. Oost-Brabant 7 november 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6513.
Rb. Den Haag 24 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14205. In deze zaak was door de tot terbeschikkingstelling met verpleging veroordeelde verzoeker de onrechtmatigheid van de beslissing van de minister om hem in een longstayvoorziening te plaatsen aangevochten bij de bestuursrechter. De beslissing van de minister bleef in beroep in stand en behield daarmee haar rechtskracht.
HR 31 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0261, AB 1992, 290 en NJ 1993, 112, m.nt. C.J.H. Brunner (Van Gog/Nederweert).
HR 18 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1006, AB 1993, 504, m.nt. F.H. van der Burg en NJ 1993, 642, m.nt. M. Scheltema (St. Oedenrode/Van Arle).
HR 20 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2588, AB 1998, 231, m.nt. Th.G. Drupsteen en NJ 1998, 526, m.nt. A.R. Bloembergen (Broeder/Staat). Zie hierover verder Borman 2013 (T&C Awb), art. 8:88, aant. 3.
Voor schadevergoeding op grond van onrechtmatig overheidshandelen moet de onrechtmatigheid eerst vaststaan.1 Pas nadat de onrechtmatigheid vaststaat, kan schadevergoeding bij de bestuursrechter of de burgerlijke rechter worden gevraagd. Een voorlopig getuigenverhoor moet naar mijn mening worden afgewezen als het verzoek ziet op schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen door de overheid, maar de onrechtmatigheid nog niet is vastgesteld. In een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant zag het verzoek op door de gemeente te betalen schadevergoeding als de verzoeker zijn bedrijfsloods zou moeten afbreken.2 De rechtbank overwoog dat pas van een schadevergoedingsplicht sprake kan zijn als vaststaat dat de overheid onrechtmatig heeft gehandeld jegens de verzoeker. Eerst zou een handhavingsbeslissing moeten worden genomen, waartegen rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstond. De rechtbank wees af op grond van strijd met de goede procesorde. Naar mijn mening dient het verzoek op grond van onvoldoende belang te worden afgewezen in gevallen waarin eerst de hindernis van een succesvol af te ronden andere procedure moet worden genomen, alvorens met kans van slagen de hoofdzaak in het kader waarvan het voorlopig getuigenverhoor wordt gevraagd kan worden begonnen (vgl. ook nr. 282 en 284). Als de bestuursrechter heeft vastgesteld dat niet onrechtmatig is gehandeld door de overheid, dan kan de verzoeker zich in een civiele procedure in beginsel niet meer beroepen op de onrechtmatigheid van het besluit van de overheid. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor moet dan in beginsel worden afgewezen op grond van onvoldoende belang (de hoofdzaak is juridisch kansloos, zie nr. 268).3
De onrechtmatigheid is gegeven als een besluit (geheel of gedeeltelijk) is vernietigd door de rechter,4 als de onrechtmatigheid door het bestuursorgaan is erkend5 of – onder voorwaarden – als het besluit is herroepen door het bestuursorgaan.6