NJ 2024/298
Procesrecht. Incident in cassatie. Onderbewindstelling tijdens lopende procedure; schorsingsgrond in zin art. 225 lid 1 onder b Rv?
HR 04-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1367
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/02777
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS983373:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1431, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2024
ECLI:NL:HR:2024:1367, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:366, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑07‑2023
- Wetingang
Art. 1:441 BW; art. 225 Rv
Essentie
Procesrecht. Incident in cassatie. Onderbewindstelling tijdens lopende procedure; schorsingsgrond in zin art. 225 lid 1 onder b Rv?
Samenvatting
Art. 1:441 lid 1 BW bepaalt dat tijdens het bewind de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende (degene wiens goederen onder bewind zijn gesteld) in en buiten rechte vertegenwoordigt. Of de rechthebbende in een procedure bevoegd is zelf als formele procespartij op te treden, hangt dus ervan af of het voeren van de desbetreffende procedure tot de taak van de bewindvoerder behoort (HR 17 april 2020, NJ 2020/171). Tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.