Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.8:5.8 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.8
5.8 SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359684:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Per 1 juni 2008 is de Wms opgenomen in de Wet milieubeheer.1 Hier is sprake van bundeling door integratie.2 In hoofdstuk 5 is aan de hand van de in paragraaf 3.8 genoemde vijf toetsvragen onderzocht hoe deze bundeling zich verhoudt tot de in hoofdstuk 3 opgenomen wetenschappelijke criteria.
Het antwoord op de eerste toetsvraag is positief. Voor de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer was binnen het omgevingsrecht sprake van een wetssystematisch tekort omdat niet alle regels die volgens het op de echte werkelijkheid gebaseerde zakelijk samenhangcriterium stoffen onderling samenhangen, deel uitmaakten van hetzelfde wetssysteem. Onder stoffen worden verstaan chemische elementen en hun verbindingen, zoals deze voorkomen in de natuur of door toedoen van de mens worden voortgebracht met gevolgen voor het milieu of de gezondheid van de mens.
Het antwoord op de tweede toetsvraag is eveneens positief. De integratie van de Wms in de Wet milieubeheer heeft het in paragraaf 5.3 beschreven wetssystematisch tekort opgeheven. Dit is gerealiseerd door alle bepalingen in de Wms die niet behoefden te vervallen op te nemen in de Wet milieubeheer. Daaraan doet niet af dat mogelijke andere wetssystematische tekorten ten tijde van de integratie onveranderd zijn gebleven. Bij het gegeven antwoord past wel de belangrijke kanttekening dat het op 31 mei 2008 bestaande wetssystematisch tekort een jaar eerder door de wetgever zelf was geschapen door REACH niet in de Wms, doch in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer te implementeren. Hoewel daarvoor nader onderzoek nodig zou zijn, is het niet onwaarschijnlijk dat de uitvoering van REACH in de Wms niet zou hebben geleid tot het in paragraaf 5.3 geconstateerde wetssystematische tekort.
Het antwoord op de derde toetsvraag is overwegend positief. Bij de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer is gebruik gemaakt van typisch juridische ordeningscriteria als indeling, algemeen-bijzonder en gelede normstelling. Dat heeft geleid tot het scheppen of laten voortduren van wetssystematische tekorten. De gesignaleerde tekorten zijn in de meeste gevallen verdedigbaar, zij het dat de wetgever een aantal tekorten op eenvoudige wijze zou kunnen opheffen of verminderen. Daarmee is de derde toetsvraag overwegend positief beantwoord. Als antwoord op de derde deelvraag van dit onderzoek zijn per wetssystematisch tekort in een aantal gevallen suggesties gedaan om dat op te heffen of te verminderen.
De vierde toetsvraag is negatief beantwoord, aangezien als gevolg van de integratie geen nieuwe wetssystematische tekorten zijn ontstaan buiten de Wet milieubeheer.
Toetsvraag vijf is positief beantwoord, aangezien de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer niet pretendeert het omgevingsrecht ten aanzien van stoffen voor eens en altijd vast te leggen, maar juist is gericht op permanente verandering. De toekomstbestendigheid wordt nog vergroot door het gebruik van toekomstbestendige zakelijke en typisch juridische systeemordeningscriteria, mits de wetgever bij toekomstige wijzigingen aansluit bij die criteria.
Het feit dat de toetsvragen 1, 2 en 5 positief zijn beantwoord, toetsvraag 4 negatief en toetsvraag 3 overwegend positief, betekent dat de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het verminderen van tot 1 juni 2008 bestaande wetssystematische tekorten in het omgevingsrecht. Deze positieve antwoorden leiden in mijn toetsingskader tot de conclusie dat de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer in de huidige vorm deels wel en deels niet voldoet aan de door mij ontwikkelde toetscriteria voor een verantwoorde bundeling. Dat betekent dat geen sprake is van een geheel verantwoorde bundeling. Verbeteringen zijn echter mogelijk, waarvoor in hoofdstuk 5 een aantal suggesties is gedaan.