De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/6.6:6.6 Tot slot
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/6.6
6.6 Tot slot
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364831:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is nog veel onduidelijk omtrent de betekenis van de vrijheid van vereniging voor het enquêterecht, vooral omdat het EHRM zich nog nauwelijks heeft uitgelaten over de vrijheid van vereniging en commerciële rechtspersonen. Niettemin mag worden aangenomen dat in het gros van de gevallen, waarin de ondernemingskamer ingrijpt bij rechtspersonen, de vrijheid van vereniging geen of slechts een beperkte rol speelt. Dit, omdat de vrijheid van vereniging óf zelden van toepassing is op de rechtspersonen die voorwerp zijn van een enquête, óf – in het geval de vrijheid van vereniging al snel van toepassing is op rechtspersonen die voorwerp zijn van een enquête – omdat de margin of appreciation dusdanig ruim is dat de ondernemingskamer niet wordt genoopt tot een specifieke uitkomst. In de gevallen dat de vrijheid van vereniging van toepassing is, zal de ondernemingskamer echter wel rekening moeten houden met het voorzien-bij-wet-vereiste en zal zij moeten motiveren waarom een inmenging in de vrijheid van vereniging necessary is in een democratische samenleving. In een beperkt aantal a-typische gevallen zal de vrijheid van vereniging de ondernemingskamer nopen tot een meer terughoudende opstelling. Dat is met name het geval indien het geschil, dat het onderwerp van de enquête vormt, over meer dan geld gaat en de voorwaarden van een democratische, pluriforme en tolerante samenleving op het spel staan.