De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.4.3.1:6.4.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.4.3.1
6.4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369992:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/386 waar in het kader van art. 6:248 BW wordt opgemerkt dat de aard van de overeenkomst niet moet worden beschouwd als een zelfstandige bron van verbintenissen naast de in dat artikel genoemde wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van de samenwerking of de gemeenschappelijke partijbedoeling1 kan worden afgeleid uit de overeenkomst (§ 6.4.3.2), de uitvoering van de overeenkomst (§ 6.4.3.3) en overige feiten en omstandigheden (§ 6.4.3.4). Als uitgangspunt gelden de uitlegregels uit het algemene overeenkomstenrecht. Dat de verplicht bod-regeling hieraan het bijzondere rechtsgevolg van een biedplicht verbindt maakt dit niet anders.2 Dat geldt ook voor het feit dat uitleggeschillen rond dit soort overeenkomsten doorgaans niet spelen tussen contractspartijen, maar door derden (minderheidsaandeelhouders) aan de orde zullen worden gesteld (zie eerder). Wel kan in het kader van de uitleg van de acting in concert-overeenkomst betekenis toekomen aan bijzondere omstandigheden, die in het navolgende aan de orde zullen komen.