Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/4.5:4.5 Slotbeschouwing
Grondslagen bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 73) 2010/4.5
4.5 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. D.A.M.H.W. Strik, datum 20-07-2010
- Datum
20-07-2010
- Auteur
mr. D.A.M.H.W. Strik
- JCDI
JCDI:ADS438365:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zou een primaat van de individuele aansprakelijkheid en de belangrijke rol van de taakverdeling binnen het bestuur noodzakelijkerwijs ten koste gaan van de collegialiteit binnen het bestuur en leiden tot een notulerings-guerilla in de board room? Ik meen van niet. Oorzaak voor toegenomen notuleringsdrang in de board room moet vooral worden gezocht in de toegenomen claimcultuur, niet in de aard van het aansprakelijkheidsregime. Zowel in het huidige regime waarbij individuele bestuurders belang hebben bij een beroep op een disculpatiegrond — als een door mij voorgestane regime, waarbij de rechter steeds primair kijkt naar de individuele rol van de aangesproken bestuurder, en niet per se het collectief als startpunt neemt — zullen bestuurders belang hebben bij notulering van hun standpunt.
Maar wat is er mis met een correcte en duidelijke weergave van de discussie in notulen? Dit komt de transparantie en informatiestroom binnen de onderneming alleen maar ten goede. Belangrijke beleidsbeslissingen zullen onderdeel blijven uitmaken van collegiale besluitvorming, waarvoor alle deelnemende bestuurders verantwoordelijk en in voorkomende gevallen aansprakelijk kunnen zijn — zelfs indien de hoofdregel van hoofdelijke aansprakelijkheid zou worden aangepast. Een en ander zal ook afhangen van onder meer de inhoud en wijze van informatievoorziening door de bestuurder die het onderwerp in zijn portefeuille heeft aan zijn medebestuurders, naast wat aan informatievergaring van de andere bestuurders mag worden verwacht en welk inzicht en zorgvuldigheid van de betreffende individuele bestuurders mag worden verwacht.1 Voor de betrokken bestuurders is het met name van belang dat wordt vastgelegd welke informatie door en aan hen is verstrekt, om welke (additionele) informatie is gevraagd en of deze is verstrekt. Als het gaat om onderdelen van bestuur die zodanig essentieel zijn dat deze het predikaat onbehoorlijke taakvervulling verdienen, kunnen bestuurders zich daaraan niet onttrekken met slechts een beroep op hun genotuleerde tegenstem. Dit is anders indien zij naar aanleiding van het door hen bestreden besluit de consequentie hebben genomen om af te treden.2
Een aanpassing van de regeling van de hoofdelijkheid in art. 2:9 en 138 BW opdat meer recht wordt gedaan aan de individuele verantwoordelijkheid van bestuurders zal niet ten koste hoeven te gaan van de collegialiteit. Het zou een reflectie zijn van de hedendaagse realiteit en de menselijke verhoudingen in de board room, waarbij taakverdeling een noodzaak en te vergaande, gedetailleerde bemoeienis met elkaars portefeuilles onwenselijk is.