Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.2.0:8.2.0 Inleiding
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.2.0
8.2.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465267:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie alinea 9 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1111. Inleiding. Tot nu toe is in deze studie het geldende recht op het snijvlak van het conflictenrecht en het intellectuele-eigendomsrecht onderzocht. Centraal stond daarbij het vrijwel wereldwijd geldende beginsel van nationale behandeling in de Berner Conventie en in het Verdrag van Parijs: de wordingsgeschiedenis van dit beginsel is onderzocht, de conflictregel in dit beginsel is geanalyseerd, en die conflictregel is vertaald in een Savigniaanse verwijzingsregel. Dit alles heeft zich afgespeeld in het domein van het geldende recht. De vraag naar het wenselijke recht — wat is de beste conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht? — is nog niet aan de orde geweest. Die vraag wordt in de onderhavige paragraaf behandeld. Zij krijgt dus relatief weinig ruimte in deze studie. De reden daarvan is reeds in de Inleiding uiteengezet: het debat over het onderhavige onderwerp wordt naar mijn idee thans het beste gediend met een studie die tracht het geldende recht te verklaren; bovendien ontbeert een debat over wenselijk recht vaste grond onder de voeten zolang het geldende recht niet is opgehelderd.1
1112. Daar komt nog bij, zo kunnen wij na het onderzoek van het geldende recht vaststellen, dat de vraag naar het wenselijke recht in zekere zin ook wat minder interessant is dan de vraag naar het geldende recht. In de eerste plaats is zij in intellectueel opzicht minder interessant: de intellectuele uitdaging om het raadsel van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling op te lossen is m.i. veel groter dan het ontwerpen van een nieuwe conflictregel. In de tweede plaats is de vraag naar wenselijk recht minder interessant omdat de vervulling van eventuele wensen moeizaam zal zijn. Dat geldt zeker voor de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs. De kans dat deze verdragen, waarbij zo veel landen zijn aangesloten, binnen afzienbare tijd überhaupt kunnen worden gewijzigd, is miniem.
1113. Dat alles mag ons er echter niet van weerhouden om na te denken over wenselijk recht. Een verkenning in het domein van het wenselijk recht is zeker nuttig voor de gedachtevorming, voor het debat, of alleen maar om te weten of wij tevreden dan wel ontevreden moeten zijn met de conflictregel die in de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs ligt verankerd. Kortom, zonder een verkenning in het domein van het wenselijke recht zou deze studie niet compleet zijn. In deze par. 8.2. schets ik daarom mijn gedachten hieromtrent.
1114. In par. 8.2.1 wordt het in mijn ogen wenselijke conflictenrecht behandeld, in par. 8.2.2 het in mijn ogen wenselijke vreemdelingenrecht.