type:coll:
Rb. Limburg, 28-01-2022, nr. C/03/301288 / HA RK 22-17
ECLI:NL:RBLIM:2022:10196
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
28-01-2022
- Zaaknummer
C/03/301288 / HA RK 22-17
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2022:10196, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 28‑01‑2022; (Wraking)
Uitspraak 28‑01‑2022
Inhoudsindicatie
Wraking – kennelijk ongegrond.
Partij(en)
beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/301288 / HA RK 22-17
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde Y. Plate te Schinveld,
indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van mr. R.A.J. van Leeuwen, rechter in de rechtbank Limburg, hierna de rechter.
1. De procedure
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de rolzitting van het kantongerecht van de rechtbank Limburg, op 26 januari 2022 in de zaak tussen de [naam bv] als eiser en
[verzoeker] als gedaagde (zaaknummer 9589609 CV EXPL 21-6384), waarbij laatstgenoemde werd bijgestaan door zijn gemachtigde Y. Plate.
Tijdens deze zitting heeft de heer Plate aan de rechter verzocht zijn akte van beëdiging over te leggen, hetgeen niet mogelijk was voor de rechter. Daarop heeft de heer Plate een verzoek ingediend tot wraking van de rechter en aangegeven dat de rechter volgens artikel 120 van de Grondwet niet mag toetsen aan de wet of aan verdragen. Verder heeft de heer Plate opgemerkt dat het hele systeem verrot is en dat hij dat alleen maar kan aantonen door deze zaak aan de wrakingskamer voor te leggen.
2. De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol rechtbank Limburg kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek kennelijk ongegrond is.
De wrakingskamer is van oordeel is dat hetgeen is gesteld en aangevoerd geen gronden voor een wraking kunnen zijn. Omdat de wrakingsgronden op het moment van het wrakingsverzoek alle tegelijk moeten worden voorgedragen kunnen deze niet later ter zitting van de wrakingskamer of in een schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek worden aangevuld. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bij de wrakingskamer kan daar niets aan veranderen.
3. De beslissing
De wrakingskamer
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, mr. M. Beije en mr. W.F.J. Aalderink, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2022.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 28‑01‑2022