RI 2016/1
Overwaarde-arrangement. Is het aangaan van een overwaarde-arrangement een verplichte rechtshandeling? (Ingwersen q.q./ICF)
HR 16-10-2015, ECLI:NL:HR:2015:3094
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 oktober 2015
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
14/06049
- Conclusie
A-G mr. L. Timmerman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS922275:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:3094, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑10‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:2127, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑07‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑12‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑11‑2014
- Wetingang
Essentie
Overwaarde-arrangement. Pauliana.
Is het aangaan van een wederzijds overwaarde-arrangement een verplichte rechtshandeling? Is er sprake van wetenschap van benadeling? Kan een contractuele regresvordering uit hoofde van een wederzijds overwaarde-arrangement worden verhaald op (het surplus van) de opbrengst van verpande vorderingen?
Samenvatting
A is met ICF en ING diverse financieringsovereenkomsten aangegaan. Ten behoeve van ICF heeft A een eerste (bank)pandrecht op al zijn vorderingen gevestigd. A heeft ten gunste van ING een pandrecht (tweede in rang) op al zijn vorderingen gevestigd. ICF, ING en A zijn tevens een overwaardearrangement (wederzijdse zekerhedenarrangement (‘WZA-I’)) met elkaar aangegaan. In een later stadium ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.