NJB 2016/1292
Voorhanden hebben van een wapen of munitie, art. 26 respectievelijk art. 13 WWM: voor een veroordeling daarvoor is vereist dat sprake is geweest van een meerdere of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie. In casu kon het hof oordelen dat van de verdachte een redelijke verklaring mocht worden gevergd voor het aantreffen van de wapens en munitie in haar woning en mocht het hof meewegen voor de bewezenverklaring dat de verdachte zodanige verklaring niet heeft gegeven. A-G: anders
HR 14-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1193
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 juni 2016
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
14/03756
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1193, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:483, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑2016
- Wetingang
Essentie
Voorhanden hebben van een wapen of munitie, art. 26 respectievelijk art. 13 WWM: voor een veroordeling daarvoor is vereist dat sprake is geweest van een meerdere of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie. In casu kon het hof oordelen dat van de verdachte een redelijke verklaring mocht worden gevergd voor het aantreffen van de wapens en munitie in haar woning en mocht het hof meewegen voor de bewezenverklaring dat de verdachte zodanige verklaring niet heeft gegeven. A-G: anders
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat zij – kort gezegd – (feit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.