JWB 2006/236
Erfrecht; ouderlijke boedelverdeling; nietigverklaring testamentaire clausule niet-opeisbaarheid vordering wegens overbedeling; verzorgingsplicht erflater jegens tweede echtgenote ‘voortvloeiende uit moraal en fatsoen’
HR 30-06-2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9372
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 juni 2006
- Zaaknummer
C04/243HR
- LJN
AV9372
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AV9372, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 30‑06‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AV9372, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑06‑2006
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Erfrecht; ouderlijke boedelverdeling; nietigverklaring testamentaire clausule niet-opeisbaarheid vordering wegens overbedeling; verzorgingsplicht erflater jegens tweede echtgenote ‘voortvloeiende uit moraal en fatsoen’
Samenvatting
Casus
Eiser in cassatie (eiser) heeft bij exploot van 25 januari 1999 verweerders in cassatie (afzonderlijk verweersters 1 en 3 en verweerder 2) gedagvaard voor de Rechtbank Zwolle en na wijziging van eis onder meer gevorderd voor recht te verklaren dat de clausule van niet-opeisbaarheid van het erfdeel van eiser, zoals voorkomt in het testament van de erflater, nietig is, althans tot het beloop van zijn wettelijk erfdeel, en dat derhalve ook de in dit testament neergelegde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.