Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/2.3.6
2.3.6 Vrij verkeer van diensten
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS611834:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EG 25 juli 1991, C-221/89 (Factortame II), r.o. 20. Zie dienaangaande ook: Fairhurst 2016, p. 421, waar overigens per abuis wordt verwezen naar HvJ EG 19 juni 1990, C-213/89 (Factortame I). Uit de door de auteur aangehaalde overweging blijkt evenwel dat de auteur naar Factortame II bedoelde te verwijzen.
Artikel 56 VwEU.
Zie artikel 3 onder q Richtlijn ETS. In de Nederlandse taalversie wordt gesproken van de ‘administratie’ van het ETS met betrekking tot de vliegtuigexploitant. Ik spreek liever over het beheer, hetgeen een synoniem is van het begrip ‘administratie’ (Van Dale, online geraadpleegd op 14 maart 2017). Uit de Engelse (‘administring’), Franse (‘chargé de gérer’) en Duitse (‘Verwaltung’) taalversie in samenhang gezien, lijkt ‘beheer’ mij ook een meer voor de hand liggend begrip.
Dit volgt uit artikel 18 bis lid 1 onder a Richtlijn ETS jo artikel 3 jo artikel 4 onder a jo artikel 27 Verordening (EU) 1008/2008.
Maar onder hoofdstuk 2 VwEU, inzake het recht van vestiging.
Een hypothetisch voorbeeld is een luchthaventoeslag voor het niet voldoen aan de vereisten inzake het ETS. Tevens kan er gewezen worden op de ‘naming en shaming’-verplichting uit artikel 16 lid 2. Ook deze bepaling is gericht aan lidstaten, en staat er in zoverre niet aan in de weg dat een andere lidstaat dan de administrerende lidstaat, de namen publiceert van vliegtuigexploitanten die niet aan hun inleverplicht hebben voldaan.
In dat geval, voor zover de implementatiebepaling niet met de Richtlijn ETS in strijd zal komen, dient de implementatiewetgeving ook getoetst te worden aan Richtlijn 2006/123/EG, zie artikel 1 van die Richtlijn. Voor zover deze Richtlijn het vrij verkeer van diensten uitputtelijk regelt, is er dan overigens geen ruimte meer voor de directe toepassing van Deel 3, titel IV, hoofdstuk 3 VwEU (zie naar analogie: HvJ EG 12 oktober 1993, C-37/92 (Vanacker en Lesage), r.o. 9 en HvJ EG 13 december 1999, C-324/99 (DaimlerChrysler), r.o. 32. Zie ook: Teuben 2005, p. 86).
Artikel 16.39a Wm.
Aangezien installaties gevestigd zijn in een lidstaat en goederen produceren, vallen de bepalingen inzake installaties mijns inziens buiten de bepalingen inzake het vrij verkeer van diensten. Deze installaties verrichten, althans voor zover het de toepassing van de Richtlijn betreft, geen diensten. Daarnaast kan van deze installaties worden gezegd, in de woorden van het Hof in Factortame II,1 dat zij een economische activiteit uitoefenen door middel van een duurzame vestiging in een lidstaat en dus voor zover het de toepassing van de Richtlijn in die lidstaat betreft, de Richtlijn reeds om die reden niet onder de reikwijdte van de bepalingen inzake het vrij verkeer van diensten valt. Het navolgende heeft derhalve betrekking op de Richtlijn, voor zover deze ziet op de luchtvaart.
De Verdragsbepalingen inzake het vrij verkeer van diensten zijn alleen van toepassing op diensten verricht door een onderdaan van een lidstaat, gevestigd in een andere lidstaat dan degene aan wie de dienst wordt verricht. Daarnaast vallen onder de Verdragsbepalingen tevens, voor zover de Raad en het Europees Parlement hierover wetgeving hebben uitgevaardigd, diensten verricht door een onderdaan in een derde staat, maar gevestigd in een EU-lidstaat.2
Voor zover de Richtlijn dus eisen stelt aan vliegtuigexploitanten die niet zijn gevestigd in de EU, kan de Richtlijn niet worden getoetst aan de Verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van diensten. Voor zover zij wel gevestigd zijn in een EU-lidstaat, is van belang dat de Richtlijnbepalingen ten aanzien van de luchtvaart met betrekking tot de vliegtuigexploitant door de administrerende lidstaat worden beheerd.3 De administrerende lidstaat is, ten aanzien van vliegtuigexploitanten die in een EU-lidstaat zijn gevestigd, de lidstaat van vestiging.4 Aangezien deze vliegtuigexploitanten dus een economische activiteit uitoefenen door middel van een duurzame vestiging in die lidstaat, valt de Richtlijn ook in zoverre niet onder het vrij verkeer van diensten.5
Echter, daar waar de Richtlijn niet naar de ‘administrerende lidstaat’, maar naar de lidstaat in het algemeen verwijst, komt het vrij verkeer van diensten wel in beeld. Als voorbeeld kan hiervoor artikel 16 lid 1 Richtlijn dienen, dat, voor zover relevant, bepaalt:
‘De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op schendingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om de toepassing van die sancties te verzekeren.’
Denkbaar is dat een lidstaat ingevolge deze bepaling een sanctie in het leven roept voor vliegtuigexploitanten die vluchten naar de lidstaat uitvoeren, maar gevestigd zijn in een andere lidstaat.6 In zoverre een lidstaat een dergelijke sanctie oplegt, komt het vrij verkeer van diensten wel in beeld, aangezien de betreffende vlucht onder het begrip ‘dienst’ in de zin van deel 3, titel IV, hoofdstuk 3 VwEU valt. 7Aangezien de Nederlandse implementatiewetgeving voor vliegtuigxploitanten alleen van toepassing is voor zover Nederland de administrerende lidstaat is, zullen deze situaties zich in Nederland niet voordoen.8 Er moet verder op worden gewezen dat niet de Richtlijn zelf het vrij verkeer van diensten aantast, nu de Richtlijn niet de verplichting in het leven roept voorwaarden te stellen aan de uitoefening van de dienst.