NJB 2014/1145:Wettelijke rente bij vordering benadeelde partij: niet juist is de opvatting dat de ingangsdatum van de te betalen wettelijke rente over het bedrag van de toegewezen vordering van de benadeelde partij gelijk moet zijn aan de ingangsdatum van de te betalen rente over het bedrag van de op de voet van art. 36f Sr opgelegde betalingsverplichting. Het staat de strafrechter vrij al dan niet een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Indien de strafrechter de schadevergoedingsmaatregel oplegt, berekent hij het schadebedrag, waartoe de wettelijke rente behoort, naar de krachtens het Burgerlijk Wetboek geldende criteria. De wettelijke rente is ingevolge art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling verschuldigd vanaf het moment waarop de schade, die het gevolg is van de onrechtmatige daad van de verdachte, is ingetreden