RF 2014/38
Dividend. Enquête. Bestaan er gegronde redenen te twijfelen aan de juistheid van dividendbeleid van KLM? (Emarcy B.V./KLM N.V.)
Hof Amsterdam 09-01-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:6 (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij NV)
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
9 januari 2014
- Magistraten
Mrs. P. Ingelse, E.F. Faase, G.C. Makkink
- Zaaknummer
200.119.391/01 OK
- Roepnaam
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij NV
- JCDI
JCDI:ADS917740:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2015:1460, Uitspraak, Hof Amsterdam, 16‑04‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:1349, Uitspraak, Hof Amsterdam, 08‑04‑2015
ECLI:NL:GHAMS:2014:6, Uitspraak, Hof Amsterdam, 09‑01‑2014
- Wetingang
Art. 2:8 jo 2:15, 2:345, 2:350 BW
Essentie
Dividend. Enquête.
Maatstaf beoordeling verzoek enquête ex 2:345 BW en zorgvuldigheid besluit ex 2:8 jo 2:15 BW. Bestaan er gegronde redenen te twijfelen aan de juistheid van dividendbeleid van KLM?
Samenvatting
Na het openbaar bod in 2004 is KLM van de beurs gehaald. Air France KLM S.A. (AFKLM) heeft 96,3% van de gewone en alle prioriteitsaandelen in KLM verkregen. De houders van de overige gewone aandelen, kunnen deze slecht verkopen nu AFKLM ze niet wil hebben, daarvoor geen liquide markt is en zij nagenoeg geen zeggenschap hebben. Zij zijn daarom afhankelijk van een zo hoog mogelijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.