HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis, rov. 2.8-2.13.
HR, 26-04-2016, nr. 15/03537
ECLI:NL:HR:2016:748
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26-04-2016
- Zaaknummer
15/03537
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2016:748, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑04‑2016; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:311, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2016:311, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑02‑2016
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2016:748, Gevolgd
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2016-0211
Uitspraak 26‑04‑2016
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag. Artt. 552a en 94 Sv. Op de gronden vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.
Partij(en)
26 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/03537 B
MD/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 17 juni 2015, nummer RK 15/240, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de beschikking van de Rechtbank, waarbij het klaagschrift van de klager ongegrond is verklaard, ontoereikend is gemotiveerd aangezien de Rechtbank een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2016.
Conclusie 02‑02‑2016
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag. Artt. 552a en 94 Sv. Op de gronden vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.
Nr. 15/03537 Zitting: 2 februari 2016 (bij vervroeging) | Mr. W.H. Vellinga Conclusie inzake: [klager] |
1. Bij beschikking van 17 juni 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland het klaagschrift ongegrond verklaard.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 15/03538 en 15/03537. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte heeft mr. P. Snorn, advocaat te Heerenveen, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel houdt in dat de Rechtbank de onjuiste maatstaf heeft toegepast, alsmede haar beschikking onvoldoende heeft gemotiveerd.
5. De Rechtbank heeft in de bestreden beschikking overwogen – voor zover voor de bespreking van het middel van belang -:
“Op 3 maart 2015 is, in verband met een verdenking van het samen met zijn partner [betrokkene 1] een professionele hennepkwekerij voeren, onder klager een personenauto, merk Mercedes Benz, type 200 Cdi, kenteken: [AA-00-AA] , in beslag genomen. Klager stelt dat de personenauto aan hem toebehoort, dat hij deze nodig heeft voor woon-werk verkeer, alsmede in verband met een ziekenhuisopname van zijn partner te Nijmegen op 21 april 2015. Hij verzoekt dan ook de teruggave van voornoemde personenauto.
(…)
De rechtbank stelt voorop, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter die later over de zaak ten gronde zal oordelen, de in beslag genomen personenauto verbeurd zal verklaren. Voorts overweegt de rechtbank dat het op de weg van klager had gelegen, nu deze een beroep doet op het proportionaliteitsvereiste, om zijn standpunt dat er sprake is van een overwaarde in de orde van grootte van € 241.000,- - op het bedrijfspand en de officier van Justitie op voorhand vraagtekens heeft geplaatst bij dit bedrag, nader te onderbouwen met schriftelijke bescheiden. Nu deze onderbouwing niet is aangeleverd verzet het belang van de strafvordering zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook tegen teruggave op dit moment, zodat de rechtbank het klaagschrift ongegrond zal verklaren.”
6. In de bestreden beschikking laat de Rechtbank in het midden of in het onderhavige geval sprake is van een beslag op de voet van art. 94 en/of 94a Sv. Het verweerschrift van de Officier van Justitie houdt daaromtrent in:
“Klager/verdachte [klager] wordt er van verdacht dat hij met zijn partner [betrokkene 1] een professionele hennepkwekerij heeft gevoerd.
Er zijn feiten en omstandigheden die aannemelijk maken dat er eerdere oogsten zijn geweest en dat dit wederrechtelijk voordeel heeft opgeleverd. Het voordeel wordt vooralsnog geschat op € 119.477,63. Er is door de rechter commissaris een machtiging conservatoir beslag verleend.
Op 3 maart jl. is conservatoir beslag gelegd op diverse goederen van verdachte en/of [betrokkene 1] , waaronder een Mercedes, (zie bijlage)
Klager verzoekt om teruggave van het conservatoire beslag (zijn Mercedes) vanwege de geringe financiële waarde en de dringende noodzaak van de auto voor hulpverlening aan klagers partner.
Tegen deze achtergrond moet er in cassatie met de schriftuur van worden uitgegaan dat het in casu gaat om een beslag op de voet van art. 94a Sv.
7. In zijn arrest van HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010, 654, m.nt. P.A.M. Mevis overwoog de Hoge Raad – met inbegrip van de hier niet vermelde voetnoten - :
“Art. 94a Sv: toetsingsmaatstaven
2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.”
8. Zoals de bestreden beschikking laat zien heeft de Rechtbank een andere maatstaf aangelegd en wel die welke van toepassing is als beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv.1.Hetgeen overigens door het middel te berde wordt gebracht kan dientengevolge buiten bespreking blijven.
9. Het middel slaagt.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 02‑02‑2016