NJ 2019/116
Geen meerdaadse maar eendaadse samenloop van medeplegen poging doodslag en openlijk geweld in vereniging. Strafoplegging blijft in stand.
HR 05-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:831, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juni 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers
- Zaaknummer
16/03557
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS31590:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:831, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑06‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:564, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑03‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑02‑2017
- Wetingang
Art. 55 lid 1, art. 56, 57, 141, 287 Sr
Essentie
Geen meerdaadse maar eendaadse samenloop van medeplegen poging doodslag en openlijk geweld in vereniging. Strafoplegging blijft in stand.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit HR 20 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1111 tot en met ECLI:NL:HR:2017:1115. ’s Hofs oordeel dat sprake is van meerdaadse en niet van eendaadse samenloop, is niet zonder meer begrijpelijk omdat de bewezenverklaarde geweldshandelingen een zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren, terwijl de strekking van art. 141 Sr en art. 287 Sr weliswaar enigszins uiteenloopt, maar niet dusdanig dat niet zou kunnen worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.