BR 2023/26
Wijziging toepassing relativiteitseis artikel 8:69a Awb bij schending procedurele inspraaknormen
ABRvS 15-02-2023, ECLI:NL:RVS:2023:606, m.nt. m.nt. R.S. Wertheim
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
15 februari 2023
- Magistraten
Mrs. R. Uylenburg, J.E.M. Polak, J. Hoekstra
- Zaaknummer
202101013/1/R2
- Noot
m.nt. R.S. Wertheim
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS691349:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht (V)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2023:606, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 15‑02‑2023
- Wetingang
(Art. 8:69a, 6:22 Awb; art. 9, leden 2 en 3, Verdrag van Aarhus)
Essentie
Wijziging toepassing relativiteitseis artikel 8:69a Awb bij schending procedurele inspraaknormen
Samenvatting
De Afdeling kent voortaan bij de toepassing van het relativiteitsvereiste aan de procedurele normen over het recht op inspraak zelfstandige betekenis toe. Dat betekent dat voor het kunnen inroepen van een schending van een procedurele norm over het recht op inspraak het beschermingsbereik van de onderliggende materiële norm niet langer bepalend is. Het gevolg daarvan is dat de Afdeling niet langer aan een belanghebbende en een niet-belanghebbende het relativiteitsvereiste zal tegenwerpen ten aanzien van een door hem ingeroepen procedurele norm over het recht op inspraak. Als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.