Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/9.5.4.4
9.5.4.4 Opzegging door de werknemer en beëindiging met wederzijds goedvinden
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS357103:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Praktijk waarbij de werkgever de werknemer tegelijkertijd bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een ongedateerde beëindigingsovereenkomst laat tekenen. Zie § 9.5.3.
F. Carinci e.a. 2013, p. 382.
Vgl. Ghera 2013, p. 472; F. Carinci e.a. 2013, p. 382. Criteria om de juistheid van de datum en de verklaring van de werknemer vast te stellen dienen te worden vastgelegd in een ministerieel besluit. Vgl. Tiraboschi 2012a, p. 60.
Art. 4 § 19 Wet van 28 juni 2012, n. 92. Vgl. Ghera 2013, p. 472; F. Carinci e.a. 2013, p. 382-383; Tiraboschi 2012a, p. 60.
De Riforma Fornero heeft naast het voorgaande ook nieuwe regels geïntroduceerd voor de opzegging door de werknemer (dimissioni) en de beëindiging met wederzijds goedvinden. In paragraaf 9.5.4.1 is reeds geconstateerd dat de Riforma Fornero de mogelijkheden tot het sluiten van een beëindigingsovereenkomst zonder verlies van WW-aanspraken van de werknemer, heeft uitgebreid. Sindsdien kan de werknemer zonder meer een beëindigingsovereenkomst sluiten in het kader van de preventieve procedure bij de DPL die gevolgd moet worden bij een voorgenomen opzegging wegens objectieve (en of economische redenen).
Verder zijn er door de Riforma Fornero regels geïntroduceerd die het onwettige fenomeen van dimissioni in bianco1 proberen tegen te gaan.2 Volgens art. 4§ 17 en 18 van de Wet van 28 juni 2012, n. 92 heeft de opzegging door de werknemer of de beëindiging met wederzijds goedvinden alleen effect indien de opzegging of buitengerechtelijke beëindigingsovereenkomst bekrachtigd is door de Direzione territoriale del lavoro (DPL) (of door een ander orgaan voorzien in de cao), ofwel gepaard gaat met een ondertekende verklaring van de werknemer waarin deze aangeeft uit vrije wil te vertrekken.3 De werkgever heeft na de opzegging door de werknemer of de beëindigingsovereenkomst dertig dagen de tijd om de werknemer uit te nodigen voor het volgen van een van beide voornoemde procedures. Accepteert de werknemer deze uitnodiging niet binnen zeven dagen na ontvangst, dan geldt de arbeidsovereenkomst als beëindigd.4