NJF 2022/370
Procesrecht. Aan een raadkamerbeschikking met betrekking strafvorderlijk in beslag genomen geld komt in een civiele procedure weinig bewijswaarde (en geen gezag van gewijsde?) toe.
Rb. Den Haag 17-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8097
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
17 augustus 2022
- Magistraten
Mr. M.J. van Cleef-Metsaars
- Zaaknummer
C/09/610481 / HA ZA 21-361
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2022:8097, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 17‑08‑2022
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Aan een raadkamerbeschikking met betrekking strafvorderlijk in beslag genomen geld komt in een civiele procedure weinig bewijswaarde (en geen gezag van gewijsde?) toe.
Samenvatting
Redactie: Los van de mooi gemotiveerde bewijswaardering door de rechtbank neemt deze een meer principieel gegronde beslissing met betrekking tot de verhouding tussen een oordeel van de strafrechter in raadkamer en dat van de civiele rechter over de eigendom van contant geld. ‘Formele rechtskracht’/bewijswaardering strafrechtelijk oordeel.
Bij een strafvorderlijke doorzoeking is contant geld in beslag genomen. Eiseres stelt dat dit van haar inmiddels overleden vader/erflater was. De Staat stelt dat het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.