Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Einde inhoudsopgave
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.3.3:II.3.3 Memorie van Toelichting
Parl. Gesch. Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht 2024/II.3.3
II.3.3 Memorie van Toelichting
Documentgegevens:
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders, datum 04-04-2024
- Datum
04-04-2024
- Auteur
prof. mr. H.B. Krans, mr. J.L.N. Reynders
- JCDI
JCDI:ADS964341:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel I onderdeel C (artikel 24)
Artikel 24 bepaalt dat de rechter de zaak onderzoekt en beslist op de grondslag van hetgeen partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten gronde hebben gelegd. Het vanouds in deze bepaling tot uitdrukking komende beginsel van de partijautonomie enerzijds en de lijdelijke rol van de rechter anderzijds staan in beschouwingen over het civiele procesrecht, in het bijzonder het bewijsrecht, steeds meer ter discussie. De rechter heeft een steeds sterkere regierol bij het sturing geven aan het procesverloop en bij het vaststellen van de relevante feiten. Op de mondelinge behandeling, waaraan steeds meer een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.