Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.3:8.3 Het APV als beschermingsfiguur
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.3
8.3 Het APV als beschermingsfiguur
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232854:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Abstraherend van de vraag in hoeverre aantasting van de inbreng op grond van de legitieme portie mogelijk is. Dit wordt besproken in paragraaf 8.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
APV-achtige rechtsfiguren, zoals de (Nederlandse) familiestichting of de Anglo-Amerikaanse trust zijn mijns inziens geschikt om als beschermingsfiguur te dienen. Dit is allereerst gelegen in de mogelijkheid om met dergelijke rechtsfiguren een langdurige bescherming van vermogen aan te brengen.1 Evenals certificering heeft een APV deze duurzaamheid als groot voordeel boven het testamentair bewind.
Voorts is een APV in beginsel zeer flexibel. Uiteraard hangt dit samen met de specifieke rechtsfiguur die gekozen wordt. De trust kent echter bijvoorbeeld zeer uiteenlopende toepassingen en kan, indien deze wordt ingezet als beschermingsfiguur, worden ingericht naar de specifieke wensen en behoeften van de settlor. Dit geldt ook voor de Nederlandse stichting als APV: de stichting is ook een flexibele rechtsfiguur, waaraan relatief weinig wettelijke eisen worden gesteld, zodat deze zich leent voor toespitsing op de omstandigheden van een bepaald geval en de wensen van de betrokkenen. Weliswaar dient rekening gehouden te worden met het uitkeringsverbod van artikel 2:285 lid 3 BW, maar zoals aangegeven in paragraaf 8.2.2 hoeft dit niet in de weg te staan aan het gebruik van een Nederlandse stichting als APV.
De flexibiliteit van een APV verschilt overigens van die bij certificering, hetgeen samenhangt met de verhouding van de certificaathouder dan wel begunstigde (beneficiary) van het APV jegens het vermogen (zie paragraaf 8.4 hierna). Een certificaathouder kan meer of minder zeggenschap hebben en ruimere of beperktere mogelijkheden tot het royeren van zijn certificaten, maar hij blijft economisch gerechtigd tot het gecertificeerde vermogen. Bij een APV zijn de mogelijkheden evenwel ruimer. Het is mogelijk om begunstigden concrete en afdwingbare aanspraken te geven, al dan niet pas op termijn opeisbaar, maar het is ook mogelijk om een volledig discretionaire entiteit in het leven te roepen, waarbij de begunstigden nog slechts een “blote verwachting” hebben en voor eventuele uitkeringen afhankelijk zijn van een beslissing van de beheerder van het APV ten gunste van hen. Om het APV duurzaam als beschermingsfiguur te laten fungeren, zal deze laatste variant moeten worden toegepast. De begunstigde heeft dan geen aanspraken en daarmee geen controle of beschikking over het vermogen, anders dan voor zover de beheerder van het APV uitkeringen aan hem doet. Het vermogen kan op deze wijze ook in stand gehouden worden gedurende meerdere generaties en aldus beschermd worden tegen die personen naar wie het zonder inbreng zou zijn vererfd en die hier wellicht minder prudent mee zouden zijn omgegaan. Voor zover concrete aanspraken worden toegekend, hebben de ontvangers hiervan de mogelijkheid om de ontvangen uitkeringen uit te geven. In zoverre biedt het APV derhalve geen bescherming. Ik ga derhalve hierna uit van een discretionair APV.