Einde inhoudsopgave
Besluit onroerende zaken omzetbelasting
5.10.2 Verhuur binnen het kader van hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden
Geldend
Geldend vanaf 18-12-2025
- Bronpublicatie:
08-12-2025, Stcrt. 2025, 40601 (uitgifte: 17-12-2025, regelingnummer: 2025-25099)
- Inwerkingtreding
18-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-12-2025, Stcrt. 2025, 40601 (uitgifte: 17-12-2025, regelingnummer: 2025-25099)
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
De verhuur van onroerende zaken is uitgezonderd van de vrijstelling voor de verhuur van onroerende zaken als het plaatsvindt:
- 1.
binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie die mogelijk daarmee concurreren; en
- 2.
aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijven.
De afbakening van de vrijgestelde verhuur1. van onroerende zaken ten opzichte van de belaste verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf2. komt regelmatig aan de orde.
Hierbij geldt het volgende.
Ad 1 De accommodatie
Het begrip ‘hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf’ in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, 2°, van de wet is gebaseerd op artikel 135, lid 2, onderdeel a, van de btw-richtlijn. Dit richtlijnartikel spreekt over: ‘het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der lidstaten, in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen’.
Onder de uitzondering op de vrijstelling valt onder meer het kortdurend verhuren van (afgebakende) percelen op kampeerterreinen en in caravanparken waar kampeerders hun eigen onderkomen plaatsen, zoals een tent, caravan of camper. Deze verhuur valt onder het verlaagde btw-tarief.3.
Bij een accommodatie binnen het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf anders dan (afgebakende) percelen op kampeerterreinen en in caravanparken, gaat het om een accommodatie die de verhuurder in gemeubileerde of ingerichte staat aan de tijdelijke bewoners verhuurt. De term ‘sectoren met een soortgelijke functie’ moet ruim worden uitgelegd.4. Ook appartementen en woningen die zijn ingericht voor kort verblijf vallen onder een dergelijke accommodatie.5. Bedoeld is het tijdelijk verstrekken van accommodatie die soortgelijk is aan en concurrerend is ten opzichte van de verhuur in het kader van het hotel- en vakantiebestedingsbedrijf, te belasten. Deze verhuur valt onder het algemene btw-tarief.6.
Ad 2 Verblijf voor een korte periode
Als de verhuurder volgens het contract, met inachtneming van het huurrecht, een maximale huurtermijn van zes maanden heeft bedongen en de gasten feitelijk maximaal zes maanden verblijven in een accommodatie zoals hiervoor bedoeld, is in ieder geval sprake van een ‘verblijf voor een korte periode’. Bij verhuur voor een langere periode dan zes maanden rust op de verhuurder de bewijslast om tegenover de inspecteur aannemelijk te maken dat de verhuur van de hiervoor bedoelde accommodatie naar zijn aard voor een korte periode is.
Voetnoten
Met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
Met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, 2°, van de wet.
Post b 10 van Tabel I, behorende bij de wet.
HvJ 12 februari 1998, C-346/95 (Blasi), ECLI:EU:C:1998:51.
HR 26 januari 2007, nr. 41.917, ECLI:NL:HR:2007:AW2214.
Dit geldt vanaf 1 januari 2026. Met ingang van die datum vervalt post b 11 van Tabel I, behorende bij de wet.