NJ 2022/244
Verordening Brussel I. Bevoegdheid; vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde wegens ongerechtvaardigde verrijking die samenhangt met een procedure van gedwongen tenuitvoerlegging; toepasselijkheid van art. 22, punt 5, inzake exclusieve bevoegdheid voor de tenuitvoerlegging van beslissingen; begrip ‘verbintenissen uit onrechtmatige daad’ in de zin van art. 5, punt 3.
HvJ EU 09-12-2021, ECLI:EU:C:2021:985, m.nt. C.G. van der Plas (HRVATSKE ŠUME)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
9 december 2021
- Magistraten
K. Jürimäe, S. Rodin, N. Piçarra
- Zaaknummer
C-242/20
- Conclusie
A-G H. Saugmandsgaard Øe
- Noot
C.G. van der Plas
- Roepnaam
HRVATSKE ŠUME
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659527:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2021:985, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 09‑12‑2021
ECLI:EU:C:2021:728, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 09‑09‑2021
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Visoki trgovački sud (handelsrechter in tweede aanleg, Kroatië) bij beslissing van 6 mei 2020.
Verordening Brussel I. Bevoegdheid; vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde wegens ongerechtvaardigde verrijking die samenhangt met een procedure van gedwongen tenuitvoerlegging; toepasselijkheid van art. 22, punt 5, inzake exclusieve bevoegdheid voor de tenuitvoerlegging van beslissingen; begrip ‘verbintenissen uit onrechtmatige daad’ in de zin van art. 5, punt 3.
Samenvatting
- 1)
Art. 22, punt 5, Verordening Brussel I moet aldus worden uitgelegd dat een vordering tot terugbetaling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.