NJB 2013/1616
Wet Bopz. Niet bij de behandeling betrokken psychiater. HR: De vuistregel dat in het algemeen moet worden aangenomen dat ten minste een jaar moet zijn verstreken tussen het moment waarop de psychiater voor het laatst behandelcontact met de betrokkene heeft gehad, en het moment waarop die psychiater zijn onderzoek verricht ten behoeve van een op grond van de Wet Bopz vereiste geneeskundige verklaring, om die psychiater te kunnen aanmerken als ‘niet bij de behandeling betrokken’ als bedoeld in art. 5 lid 1 Wet Bopz, geldt ook in geval van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
HR 21-06-2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3936
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
21 juni 2013
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. de Groot en M.V. Polak
- Zaaknummer
13/01606
- LJN
CA3936
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Gezondheidsrecht / Geneeskundige behandeling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:CA3936, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 21‑06‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA3936, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑04‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑03‑2013
- Wetingang
(Wet Bopz art. 5 lid 1, 20, 21)
Essentie
Wet Bopz. Niet bij de behandeling betrokken psychiater. HR: De vuistregel dat in het algemeen moet worden aangenomen dat ten minste een jaar moet zijn verstreken tussen het moment waarop de psychiater voor het laatst behandelcontact met de betrokkene heeft gehad, en het moment waarop die psychiater zijn onderzoek verricht ten behoeve van een op grond van de Wet Bopz vereiste geneeskundige verklaring, om die psychiater te kunnen aanmerken als ‘niet bij de behandeling betrokken’ als bedoeld in art. 5 lid 1 Wet Bopz, geldt ook in geval van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.
Partij(en)
Betrokkene, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.