Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/4.2.2.b.iii:4.2.2.b.iii Conclusie
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/4.2.2.b.iii
4.2.2.b.iii Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468838:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
398. Synthese. Tezamen genomen bestaan, onder de vigeur van het Verdrag van Parijs en de Schikking van Madrid, in het merkenrecht tegenwoordig dus twee (vreemdelingenrechtelijke) materiële-reciprociteitstoetsen.
399. Verdrag van Parijs: telle quelle-merken. De eerste reciprociteitstoets geldt voor telle quelle-merken: een telle quelle-merk wordt niet (meer) beschermd indien het 'basismerk' in het land van oorsprong om wat voor reden dan ook niet (meer) is ingeschreven (artikel 6 quinquiesA lid 1, en D van het Verdrag van Parijs).
400. Schikking Madrid-merken. De tweede toets geldt voor internationale merkinschrijvingen onder de Schikking van Madrid: zo'n internationale inschrijving (en de daarop berustende nationale inschrijvingen) wordt niet (meer) beschermd indien het 'basismerk' in het land van oorsprong om wat voor reden dan ook niet (meer) wordt beschermd (artikel 6 van de Schikking van Madrid). Deze tweede uitzondering is temporeel begrensd, zij geldt slechts tot vijf jaar na de internationale inschrijving.
401. Geen andere materiële-reciprociteitstoetsen. Andere reciprociteitstoetsen zijn niet toegelaten — noch voor telle quelle-merken, noch voor internationale merkinschrijvingen, noch voor gewone merken. Voor die laatste categorie is dit uitdrukkelijk vastgelegd in het onafhankelijkheidsbeginsel (artikel 6 van het Verdrag van Parijs).
402. Ontwikkelingsstadia. Al met al is in het merkenrecht de onafhankelijkheidsstrijd, dus de strijd van de nationale-behandelingsgedachte tegen de materiëlereciprociteitsgedachte, moeizaam geweest. Het onafhankelijkheidsbeginsel is pas in 1934 ingevoerd en daarmee bereikte het beginsel van nationale behandeling ook in het merkenrecht zijn derde ontwikkelingsstadium. Niettemin zijn, voor twee categorieën merken, twee substantiële materiële-reciprociteitstoetsen uiteindelijk tot op heden gehandhaafd gebleven.