Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/3.2.2:3.2.2 Fiscaal gefaciliteerde splitsing
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/3.2.2
3.2.2 Fiscaal gefaciliteerde splitsing
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491498:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is strikt genomen een randvoorwaarde voor de toepassing van de splitsingsregels als geheel, dus ook voor een ruisende splitsing.
De splitsing staat wat betreft deze wettelijke vormgeving niet op zichzelf. In de Wet VPB 1969 is namelijk voor een vergelijkbare systematiek gekozen in de bedrijfsfusieregeling (art. 14 Wet VPB 1969), de juridische-fusieregeling (art. 14b Wet VPB 1969) en de regeling voor bestuurlijke herindeling of herschikking (art. 14ba Wet VPB 1969).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Wet VPB 1969 bevat doorschuifmogelijkheden op grond waarvan acute heffing van vennootschapsbelasting bij de splitsing achterwege kan blijven. Wordt daarvan gebruikgemaakt, dan wordt wel gesproken van een fiscaal gefaciliteerde splitsing. De vennootschapsbelastingclaims verhuizen in dat geval naar één of meer andere belastingsubjecten, te weten de verkrijger(s). Toepassing van de doorschuifmogelijkheden vereist dat is voldaan aan drie randvoorwaarden. In de eerste plaats dient sprake te zijn van een splitsing.1 In de tweede plaats moeten de splitser en de verkrijger(s) zijn gevestigd in Nederland, een (andere) EU-lidstaat of een EER-staat.2 In de derde plaats mag de splitsing geen misbruikachtergrond hebben, dat wil zeggen zij mag niet in overwegende mate gericht zijn op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.3
Een fiscaal gefaciliteerde splitsing betekent dat de splitsende rechtspersoon de splitsingswinst niet (volledig) in aanmerking neemt. Deze splitsingswinst wordt dan doorgeschoven naar de verkrijger(s). De fiscale wetgever heeft voorzien in twee fiscaal gefaciliteerde splitsingsvormen.4 In de eerste plaats de wettelijke doorschuifregeling in de zin van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969. Deze regeling kan alleen worden toegepast als de splitsingspartners voldoen aan een aantal cumulatieve vereisten. In de tweede plaats de doorschuifregeling op verzoek en met nadere voorwaarden als bedoeld in art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969. Van deze regeling kan alleen gebruikgemaakt worden als de splitsingspartners niet voldoen aan de vereisten die zijn gesteld aan de wettelijke doorschuifregeling. De beide fiscaal gefaciliteerde splitsingsvarianten sluiten elkaar dus uit. Als de splitsing fiscaal gefaciliteerd tot stand komt, treden de verkrijgende rechtspersonen met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende rechtspersoon. Bij de doorschuifregeling op verzoek geldt deze fiscale indeplaatstreding slechts voor zover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld.