Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/6.4.1
6.4.1 Politieke praktijk
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Mourik 2012, p. 34.
Voorlichting Raad van State 2013.
Zoals op 8 december 2015 over het zojuist verschenen Five Presidents’ Report. Deze deskundigenbijeenkomst was besloten.
Zo wordt het op de themapagina vermeld.
Zie Kamerstukken I CVII (Europees Semester 2014), Kamerstukken I CXII (Europees Semester 2015) en Kamerstukken I CXVII (Europees Semester 2016).
Zie ook Beun 2014, p. 45.
Zie het verslag van de rapporteur Europees Semester 2013, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 3, p. 2 en het verslag van de rapporteur Europees Semester 2014, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 6, p. 2.
Zie ook het verslag van de rapporteur Europees Semester 2014, Kamerstukken II 2013/14, 33 574, nr. 6.
Het waarschuwingsmechanismeverslag wordt daarentegen niet meegenomen in het rapport, terwijl dit rapport wel onderdeel uitmaakt van de Europees Semester-cyclus.
Bijlage bij Kamerstukken II 2013/14, 31 597 nr. 7, p. 21.
Zo is ook de conclusie van Poppelaars over het rapport, Poppelaars 2015.
Zie ook het in bijlage 1 opgenomen stroomschema.
Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 37-52.
Zo laat de actieve betrokkenheid van de Eerste Kamer bij de begrotingsbehandeling wel zien. Voor andere voorbeelden zie Bovend’Eert & Kummeling 2010, p. 47.
De Eerste Kamer heeft over het algemeen veel aandacht voor Europese dossiers.1 Zo ook voor de ontwikkelingen in het Europees economisch bestuur en de gevolgen hiervan voor het budgetrecht en neemt een actieve rol aan. De Eerste Kamer heeft verschillende informatieverzoeken aan de Raad van State2 en de Algemene Rekenkamer 3 gericht over de gevolgen van de (toekomstige) veranderingen in het Europees economisch bestuur voor het budgetrecht. Ook houdt de Eerste Kamer regelmatig deskundigenbijeenkomsten, onder andere over haar eigen rol met betrekking tot de democratische controle in de EU4 en de algemene ontwikkelingen in het Europees economisch bestuur.5 De Eerste Kamer houdt bovendien – anders dan de Tweede Kamer – op EuropaPoort een themapagina bij over de jaarlijkse Europees Semestercyclus waar de ‘kerndocumenten’6 van het Europees Semester op worden geplaatst.7 Ook worden de relevante Kamerstukken onder het Kamerdossier ‘Europees Semester ’ gehangen.8 Daarnaast is de Eerste Kamer actief betrokken bij de discussies over de veranderingen in de begrotingsbehandelingen in het parlement als gevolg van de inwerkingtreding van het Two Pack en speelt de Eerste Kamer een actieve rol bij het verzekeren van de informatiepositie van het parlement, om te kunnen waarborgen dat het parlement tijdig betrokken is bij de behandeling van de nationale rapportages in het voorjaar.
De Tweede Kamer heeft in tegenstelling tot de Eerste Kamer een veel pragmatischere aanpak en richt zich vooral op de concrete procedurele en praktische effecten van het Europees Semester voor de begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer.9 Zo is er in de Tweede Kamer een rapporteur voor het Europees Semester 2013 en 2014 ingesteld. Doel van het rapporteurschap was ten eerste het versterken van de interne coördinatie tussen de, bij het Europees Semester betrokken, Kamercommissies en ten tweede het versterken van de externe vertegenwoordiging van de Tweede Kamer.10 Hoewel de resultaten van het rapporteurschap als positief werden ervaren is er door de Kamercommissie voor Europese Zaken besloten in 2015 geen nieuwe rapporteur aan te stellen. Reden daarvoor was aan de ene kant dat het Europees Semester al voldoende zou zijn verankerd in de werkwijze van de Tweede Kamer en aan de andere kant dat het rapporteurschap weinig inhoudelijk was, in tegenstelling tot andere rapporteurschappen.11
De pragmatische aanpak van het onderwerp door de Tweede Kamer blijkt ook uit het rapport ‘Aandacht voor het parlementair budgetrecht in Europees perspectief’. In dit rapport heeft de commissie voor de Rijksuitgaven onderzoek gedaan naar onder andere de gevolgen van het Europees Semester voor het budgetrecht. Doordat de verschillende onderdelen van het Europees Semester apart worden behandeld12 wordt gekeken naar de concrete betekenis van het afzonderlijke onderdeel van het Europees Semester voor het budgetrecht. De commissie voor de Rijksuitgaven concludeert dat het Europees Semester geen inbreuk maakt op het budgetrecht en het Europees Semester geen grote gevolgen heeft voor het budgetrecht.13 Naar mijn idee neemt de commissie voor de Rijksuitgaven in haar rapport echter onvoldoende mee dat de cyclus complex is en dat de maatregelen en procedures in grote mate met elkaar samenhangen door de doorgaande cyclus14 en, dat er een wisselwerking bestaat tussen het Europees Semester en de nationale begroting(sprocedures).15 En juist op deze punten lijkt de schoen te wringen voor het budgetrecht van het parlement.
De Eerste Kamer heeft dus ten aanzien van dit onderwerp niet alleen een meer beschouwende rol ten opzichte van de Tweede Kamer, maar heeft ook veel aandacht voor de specifieke gevolgen voor het in de Grondwet neergelegde budgetrecht en de staatsrechtelijke positie van de beide Kamers. Dit past bij de rol die de Eerste Kamer in het Nederlandse staatsbestel inneemt ten aanzien van de Tweede Kamer.16 Overigens blijkt ook ten aanzien van dit onderwerp dat de Eerste Kamer beducht is op haar eigen positie.17