Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.3
6.3 Zelfregulering voor intermediaire pools
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183462:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2a van het Protocol voor intermediaire pools.
Protocol voor intermediaire pools, p. 5 (onder het kopje ‘reikwijdte regeling’).
Zie VPV 2017, artikel 8. Opgenomen in de appendix bij dit boek.
Artikel 2c van het Protocol voor intermediaire pools.
Artikel 3 sub a van het Protocol voor intermediaire pools. Dit criterium is afkomstig uit de Groepsvrijstellingsverordening (GVO) – Verordening (EU) nr. 267/2010. Onder par. 6.4.2 sta ik hier uitgebreid bij stil.
Artikel 9 van het Protocol voor intermediaire pools.
Zie de toelichting die wordt gegeven bij het protocol voor intermediaire pools, onder 4 en De Jong 2016, p. 65.
Artikel 4 sub a en b van het Protocol voor intermediaire pools. Dit ziet op de totstandkoming van de pool. Tijdens de looptijd kan het zo zijn dat voor de verzekering van een bepaald risico de poolleider de premie en de voorwaarden bepaald van het risico dat in de pool wordt ondergebracht.
Artikel 8 sub b van het Protocol voor intermediaire pools.
Het protocol is door het Verbond van Verzekeraars, de VNAB en de NVGA in onderlinge samenwerking opgesteld. Zoals gezegd beoogt het protocol deelnemers aan intermediaire pools richtsnoeren te bieden voor een vanuit mededingingsrechtelijk perspectief verantwoorde bedrijfsuitoefening.1 Uit de toelichting die wordt gegeven bij het protocol blijkt dat verzekeraars verplicht zijn om de naleving van de bepalingen uit het protocol vast te leggen in de samenwerkingsovereenkomst die zij aangaan met de intermediair en de poolovereenkomst zelf.2 In de VPV 2017 is dat gedaan door het opnemen van een aantal modelbepalingen die overeenstemmen met de inhoud van het protocol.3 De VSV 2017 bevat niet een dergelijke nadrukkelijke aansluiting bij het protocol. Ik besprak deze overeenkomsten in de vorige paragraaf.
Het protocol voorziet in de regeling van een aantal onderwerpen zoals de totstandkoming, de looptijd, de voortzetting, het beheer, de aanpassing van de voorwaarden, informatieverstrekking en overleg met andere verzekeraars binnen de pool. De kern van het protocol vormt mijns inziens echter de verplichting tot een zogenoemd ‘self assessment’. Wat wordt daarmee bedoeld? Twee categorieën pools worden in het protocol verplicht tot een jaarlijks ‘self assessment’ van het marktaandeel in de relevante markt:
intermediaire pools voor andere dan standaardrisico’s;
intermediaire pools voor standaardrisico’s met een marktaandeel in de relevante markt van meer dan 5 procent.4
Het begrip ‘standaardrisico’ neemt dus een belangrijke plaats in. Een standaardrisico is krachtens artikel 1 sub d van het protocol een risico dat een doorsnee intermediair op de relevante markt ook zonder gedeelde dekking (in coassurantie) zonder problemen kan onderbrengen bij een andere verzekeraar dan een van de deelnemers aan de intermediaire pool. Het gaat er dus om dat sprake is van een risico dat ook zonder coassurantie verzekerd had kunnen worden. Voor intermediaire pools voor niet-standaardrisico’s geldt altijd de verplichting tot een jaarlijks ‘self assessment’. Daarnaast is er kennelijk voldoende aanleiding om indien een pool betrekking heeft op standaardrisico’s en het marktaandeel meer is dan 5% de pool aan een self assessment te onderwerpen.
Zoals ik eerder in par. 6.2.2.2 besprak zijn intermediaire pools juist opgericht voor de verzekering van standaardrisico’s. Mijns inziens zal de eerste groep (i) die in het protocol verplicht wordt tot een self assessment in de praktijk dan ook minder voorkomen dan de tweede groep (ii). Ondanks het verschil dat er dus kan bestaan in het type risico dat in een intermediaire pool wordt ondergebracht, geldt dat het self assessment hetzelfde is. Uit artikel 3 sub a van het Protocol volgt dat de gedachte achter het self assessment is dat het gezamenlijke marktaandeel van de in de pool deelnemende verzekeraars niet hoger mag zijn dan 20% van de relevante markt.5 Het gaat er dus om dat voor beide groepen intermediaire pools, voor niet- standaardrisico’s (groep i) en standaardrisico’s met een aandeel groter dan 5% (groep ii), wordt beoordeeld of het marktaandeel niet groter is dan 20% van de relevante markt. Hoe de relevante markt moet worden geïnterpreteerd zal ik uitgebreid bespreken onder par. 6.4.1.2.3.Ik volsta op deze plaats met te vermelden dat indien blijkt dat het marktaandeel hoger is dan deze norm van 20% de intermediaire pool op grond van artikel 2 sub d van het protocol moet worden beëindigd of getoetst aan de voorwaarden die zijn neergelegd in artikel 6 lid 3 van de Mededingingswet (de vrijstelling van het kartelverbod, waar ik uitgebreider bij zal stilstaan in par. 6.4.2). Hiermee gaat de zelfregulering op dit terrein behoorlijk ver, omdat dit suggereert dat intermediaire pools met een marktaandeel dat groter is dan 20% van de relevante markt steeds de mededinging merkbaar beperken in de zin van artikel 6 lid 1 van de Mededingingswet. Of dat het geval is zou juist per geval vastgesteld moeten worden. Het self assessment beoogt – in mijn bewoordingen – de deelnemers inzicht te geven in de mededingingsrechtelijke consequenties van de (on)toelaatbaarheid van de samenwerking, maar stelt daarvoor stringente eisen.
Schematisch zou de toets die uit het protocol voortvloeit als volgt kunnen worden weergegeven:
Ter toelichting op dit – door mij opgestelde – schema. De pijlen geven steeds de antwoordmogelijkheid ‘Ja’ weer. Als de vraag niet bevestigend wordt beantwoord, is de toets in principe klaar. Als bijvoorbeeld het marktaandeel van een pool niet groter is dan 20% (stap 2) stopt de beoordeling onder het protocol.
Verticalisering
Naast het self assessment is een ander belangrijk aspect van het protocol dat het verzekeraars daarin wordt verboden om te overleggen over de premie en/of de voorwaarden (zogenoemd horizontaal overleg).6 Het protocol gaat daarmee uit van verticalisering en beveiliging. Dat houdt in dat bij het opzetten en gedurende de looptijd van een pool horizontaal overleg tussen de pooldeelnemers over premies en voorwaarden niet is toegestaan en ook geen gelegenheid wordt geboden tot uitwisseling van mogelijke vertrouwelijke informatie.7 In het protocol komt dit tot uitdrukking in de aan het intermediair opgelegde verplichting om met iedere verzekeraar die in aanmerking komt voor de positie van poolleider afzonderlijk te onderhandelen over de voorwaarden. Nadat het intermediair een poolleider heeft gekozen, moet hij buiten diens aanwezigheid de andere verzekeraars benaderen om op basis van de met de leider overeengekomen voorwaarden deel te nemen in de intermediaire pool.8 Daarbij kan het wel zo zijn dat de poolleider, als eerder is vermeld, de regie houdt over de acceptatie van risico’s en/of het vaststellen van premies en condities van risico’s die worden ondergebracht in een dergelijke pool. Ook bij het wijzigingen van de voorwaarden gedurende de looptijd van een intermediaire pool geldt op grond van artikel 7 sub a van het protocol dat een voorstel daartoe van een van de poolleden uitsluitend aan het intermediair kan worden gedaan. Hiermee wordt beoogd vormen van onderlinge afstemming van marktgedrag te voorkomen.
Informatieverstrekking
Voor wat betreft de informatieverstrekking is ten slotte relevant dat in artikel 8 sub a van het protocol is bepaald dat de makelaar (de intermediair) alleen informatie verstrekt die in het kader van de (door hen beoogde) deelname in de pool noodzakelijk is, en dat deze informatie rechtstreeks aan iedere verzekeraar afzonderlijk wordt verstrekt. Vanuit efficiencyoogpunt kan het intermediair een informatiebijeenkomst organiseren. Dan geldt dat een verwijzing naar prijzen of voorwaarden van deelnemende of andere verzekeraars slechts is toegestaan indien die ten tijde van de bijeenkomst reeds door publicatie in openbare bronnen (zoals vakbladen, premievergelijkingssoftware en databanken van polisvoorwaarden) voor marktpartijen vrij toegankelijk is geworden, en op de bijeenkomst geen gelegenheid wordt geboden tot een gedachtewisseling over prijzen of voorwaarden in de intermediaire pool of op de markt, dan wel op andere wijze gelegenheid wordt geboden vertrouwelijke informatie uit te wisselen.9
In deze paragraaf besprak ik het protocol dat op de Nederlandse markt geldt voor intermediaire pools. Uiteindelijk is het doel van de naleving van de verplichtingen die zijn opgenomen in het protocol dat wordt voorkomen dat pools onder de toepassing zouden vallen van het kartelverbod. Ondanks het feit dat het protocol zelf een beoordeling bevat van intermediaire pools onder het kartelverbod, lijkt het mij goed om in de volgende paragraaf te bespreken hoe het kartelverbod wordt toegepast op samenwerking tussen makelaars en/of verzekeraars in (intermediaire) pools. Hoe een beoordeling van pools onder het kartelverbod verloopt, staat in de volgende paragraaf centraal.