HR, 07-01-2025, nr. 23/01803
ECLI:NL:HR:2025:25, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
07-01-2025
- Zaaknummer
23/01803
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:25, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑01‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:3774, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1310
ECLI:NL:PHR:2024:1310, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:25
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0003
Uitspraak 07‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op grieven in bijlage bij e-mailbericht van raadsvrouw aan strafgriffie hof, dat op avond vóór rolzitting in h.b. is verzonden en zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit mailwisseling tussen raadsvrouw en strafgriffie hof volgt dat hof ttz. in h.b. ten onrechte ervan is uitgegaan dat namens verdachte geen grieven waren ingediend. Als gevolg daarvan heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01803
Datum 7 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 april 2023, nummer 23-000151-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. Pedrotti, advocaat in Hoorn NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2025.
Conclusie 03‑12‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Art. 416.2 Sv. Zijn namens verdachte grieven ingediend? Strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/01803
Zitting 3 december 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1. Inleiding
1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 24 april 2023 (bij verstek) met toepassing van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 28 juli 2021.
1.2
Namens de verdachte heeft M.C. Pedrotti, advocaat in Hoorn (NH), één middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel
2.1
Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep. Daartoe wordt aangevoerd dat het hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat namens de verdachte geen grieven waren ingediend.
2.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 april 2023 houdt het volgende in:
“De verdachte, gedagvaard als
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
is niet ter terechtzitting verschenen.
De raadsvrouw van de verdachte, mr. M.C. Pedrotti, advocaat te Amsterdam, is evenmin ter
terechtzitting aanwezig.
[…]
De raadsheer verleent namens het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal voert het woord en leest haar vordering voor. Zij vordert de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep aangezien geen grieven zijn ingediend.
De raadsheer sluit het onderzoek en deelt mede dat het hof direct uitspraak zal doen
De raadsheer spreekt het arrest uit.”
2.3
De uitspraak van het hof houdt het volgende in:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
2.4
Bij de door het hof aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevinden zich afdrukken van een mailwisseling tussen M.C. Pedrotti en de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam. Deze mailwisseling houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:
- Een mailbericht van zondag 23 april 2023 om 20:32 uur aan de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam:
Verzonden: zondag 23 april 2023 20:32
Aan: Administratie straf (Hof Amsterdam) <administratie.straf.hof.amsterdam@rechtspraak.nl>
Onderwerp: Brief ten behoeve van rolzitting 24-4-23 9:45 uur ( [verdachte] - 23-000151-22)
Urgentie: Hoog
Edelgrootachtbaar college,
Bij deze zend ik u een brief inhoudende de bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank. Kortgezegd is cliënt het niet eens met de veroordeling alsmede de hoogte van de opgelegde straf.
Bij deze deel ik u mede dat ik niet zal verschijnen bij de rolzitting van 24-4-23, tijdstip 9:45 uur.
[…]”
- Een bijlage bij bovenstaand mailbericht, inhoudende:
“23 april 2023
[verdachte] /OM
Parketnummer: 23-000151-22 (Eerste aanleg: 15-006755-22 en TUL 16-188197-21)
Betreft: brief ten behoeve van rolzitting 24 april 2023, 9:45 uur
[…]
Bij deze deel ik u namens cliënt, [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1996, mede dat hij het in bovengenoemde zaak niet eens is met de veroordeling alsmede met de hoogte van de aan hem opgelegde straf. Ook is hij het niet eens met de aan de veroordeling hangende TUL.”
- Een mailbericht van de strafgriffie van het gerechtshof Amsterdam van maandag 24 april 2024 om 10:22 uur:
“Van: Administratie straf (Hof Amsterdam) <administratie.straf.hof.amsterdam@rechtspraak.nl>
Verzonden: maandag 24 april 2023 10:22
Onderwerp: RE: Brief ten behoeve van rolzitting 24-4-23 9:45 uur ( [verdachte] - 23-000151-22)
Geachte mr. M.C. Pedrotti,
Uw mail is in goede orde ontvangen. Vriendelijk verzoeken wij u uw verhinderdata op te geven voor het derde kwartaal van 2023.
[…]”
2.5
Uit het voorgaande volgt dat het hof ter terechtzitting van 24 april 2024 ten onrechte ervan is uitgegaan dat namens de verdachte geen grieven waren ingediend. Als gevolg daarvan heeft het hof de verdachte ten onrechte op de voet van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
3. Slotsom
3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG