De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.3.2.4:4.3.2.4 Conclusie kernaspect 1
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.3.2.4
4.3.2.4 Conclusie kernaspect 1
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702084:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het bovenstaande kom ik tot de conclusie dat er met betrekking tot het eerste kernaspect – de benoeming van deskundigen als hoofdregel en de overige aspecten van de benoeming – weinig bijzonderheden kleven aan het planschade- en nadeelcompensatierecht. Ook in andere bestuursrechtelijke deelgebieden komt een beginselplicht tot de inschakeling van deskundigen voor. Net als planschade- en nadeelcompensatieadviseurs zullen ook die deskundigen dikwijls worden gerekruteerd omwille van hun specifieke materiedeskundigheid en een zekere onafhankelijkheid bezitten ten opzichte van het bestuursorgaan waaraan het advies wordt uitgebracht. Naar mijn weten komt het in andere bestuursrechtelijke deelgebieden daarentegen niet voor dat juristen als externe deskundigen worden ingeschakeld om te adviseren over de op een aanvraag te nemen beslissing. In zoverre zou dat als ‘bijzonderheid’ kunnen worden bestempeld. De reden waarom de planschade- en nadeelcompensatiedeskundigen over juridische kennis beschikken, houdt verband met het tweede kernaspect: de integrale en inquisitoire adviesopdracht.