Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/V.5.3
V.5.3 Art. 2:9 lid 2 BW
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242693:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Aldus onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/441; Boschma e.a. 2018, p. 19; Lennarts, T&C Ondernemingsrecht, art. 2:129a/239a BW, aant. 3; en Lennarts & Roest 2016, p. 121.
Aldus onder anderen Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 13.2, p. 235-236; Kersten, Ondernemingsrecht 2016/14; Olaerts, TvOB 2012, afl. 6, p. 173; Schild, WPNR 2015/7087, p. 1048; Schild & Timmerman, WPNR 2014/7011, p. 273; en Strik, Ondernemingsrecht 2012/91. Zie hierover § VII.3.2.5.b.
Idem onder anderen Bier, Ondernemingsrecht 2017/105; Borrius 2012, p. 110; Kersten, Ondernemingsrecht 2016/14; Olaerts, TvOB 2012, afl. 6, p. 174; Schild, WPNR 2015/7087, p. 1048; en Verdam 2011, p. 31.
In gelijke zin Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 13.1, p. 214; Dumoulin, Ondernemingsrecht 2012/90; Handboek 2013/233, p. 486; Mussche 2017, p. 426; Van Olffen 2009, p. 40; Strik, Ondernemingsrecht 2012/91; en Verdam 2017, p. 167. Van Solinge & Nieuwe Weme en Schwarz lijken hier anders over te denken. Zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/139, 140 en 141; en Schwarz 2017b, p. 142-143.
Zie § V.2.
Daarnaast begrenst het tweede lid van art. 2:9 BW de vrijheid om tot een taakverdeling te komen. Op grond van deze bepaling rust de verantwoordelijkheid voor de ‘algemene gang van zaken’ op ieder van de bestuurders. Dit betekent dat aangelegenheden die onder de algemene gang van zaken vallen, niet aan de verantwoordelijkheid van de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders kunnen worden onttrokken.1 Deze omschrijving is mistig. Wat houdt dit nu precies in?
In de literatuur wordt de algemene gang van zaken doorgaans gekoppeld aan aansprakelijkheidsprocedures. De gedachte is dat een bestuurder geen beroep op een taakverdeling kan doen als het vastgestelde onbehoorlijke bestuur de algemene gang van zaken betreft.2 Kwesties die onder de algemene gang van zaken vallen zijn zo belangrijk, dat zij aan het gehele bestuur toevallen.3 Ik leid hieruit af dat aangelegenheden die tot de algemene gang van zaken behoren, zich niet voor taakverdeling lenen.4
Ik vraag mij ook af wat de meerwaarde is van de eerste volzin van art. 2:9 lid 2 BW als hij de mogelijkheden tot taakverdeling niet beperkt. Dat de bestuurders verantwoordelijkheid dragen voor taken die aan een andere bestuurder zijn toebedeeld, geldt vanwege de collectieve verantwoordelijkheid voor alle taken. Niet alleen voor aangelegenheden die tot de algemene gang van zaken behoren.5
Art. 2:9 lid 2 BW beperkt volgens mij dus de mogelijkheden tot taakverdeling. De taakverdeling kan niet zo ver gaan dat de niet-uitvoerende bestuurders uitsluitend een toezichthoudende taak hebben. De algemene gang van zaken behoort immers dwingend tot het takenpakket van iedere uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurder. De vraag welke aangelegenheden tot de algemene gang van zaken moeten worden gerekend, beantwoord ik in § VI.2.2. Eerst ga ik in op de vraag of de benoeming tot niet-uitvoerend bestuurder een volgende beperking van de vrijheid tot taakverdeling betreft.