De exhibitieplicht
Einde inhoudsopgave
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.4:8.4 Samenvatting
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.4
8.4 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. J. Ekelmans, datum 02-12-2010
- Datum
02-12-2010
- Auteur
mr. J. Ekelmans
- JCDI
JCDI:ADS375917:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het toepassingsgebied voor de exhibitieplicht en de voorwaarden voor toepassing daarvan laten veel ruimte voor toewijzing van verzoeken tot verstrekking. Een beroep op vertrouwelijkheid is slechts beperkt mogelijk. De ruime toepassingsmogelijkheden die daarvan het gevolg zijn dragen het risico in zich dat voldoening aan een verzoek tot verstrekking zo veel inspanningen kan vergen dat die inspanningen niet meer in reële verhouding staan tot het daarmee te bereiken resultaat.
Derhalve is er aanleiding om te zoeken naar aanknopingspunten om een beroep op de exhibitieplicht te kunnen beperken. Dergelijke aanknopingspunten voor een meer evenwichtige invulling van de exhibitieplicht zijn allereerst te vinden in de naar huidig recht reeds bestaande mogelijkheid om een beroep te doen op subsidiariteit. Daarop moet een beroep gedaan kunnen worden als informatie beter verkregen kan worden van een procespartij in plaats van een derde of wanneer een ander bewijsmiddel - in het bijzonder deskundigenbericht - meer geschikt lijkt dan verstrekking van bescheiden.
Naast de mogelijkheid een beroep te doen op subsidiariteit bestaat behoefte aan introductie van de mogelijkheid een beroep te doen op proportionaliteit. De bestaande regels om toelating tot bewijslevering te beperken omdat toelating in strijd is met de goede procesorde, sprake is van misbruik of van een door de rechter zwaarwegend geoordeeld belang zijn immers te beperkt om de aanspraak op bescheiden zo nodig in te dammen. Wil de exhibitieplicht op verantwoorde wijze tot wasdom kunnen komen, dan moet er meer ruimte ontstaan dan gebruikelijk om verzoeken tot verstrekking van bescheiden af te kunnen wijzen. In dit hoofdstuk wordt bepleit dat bewijslevering achterwege dient te blijven als - kort gezegd -de belangen van de houder van bescheiden onevenredig door bewijslevering worden belast, waarvan ook sprake is als bij de geschilbeslechting beter eerst andere thema's aan de orde kunnen komen of indien het aannemelijke voordeel van bewijslevering niet opweegt tegen de aannemelijke belasting.