Inhoudsopgave
WFR 2014/704:Invoering Servicedochter in art. 28 Wet VPB 1969
WFR 2014/704
Invoering Servicedochter in art. 28 Wet VPB 1969
Een wettelijke verruiming van de toegestane activiteiten van een vastgoed-FBI
Documentgegevens:
Mr. R.J.B. Wijs en R. van der Wilt LLM, datum 20-05-2014
- Datum
20-05-2014
- Auteur
Mr. R.J.B. Wijs en R. van der Wilt LLM1
- JCDI
JCDI:ADS848695:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Beleggingsinstelling
- Wetingang
art. 28 Wet VPB 1969
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Fiscale beleggingsinstellingen dienen zich te beperken tot het beleggen van vermogen. Met ingang van 1 januari 2014 is het voor een fiscale beleggingsinstelling mogelijk om zogenoemde bijkomstige werkzaamheden te verrichten via een normaal belaste dochtervennootschap. De bijkomstige werkzaamheden dienen een rechtstreeks verband te houden met de vastgoedbelegging. Dit artikel geeft een overzicht van deze wettelijke verruiming en plaatst deze in het kader van het beleggingsbegrip. Ook komt de internationale context aan bod. Aanbevolen wordt dat verscheidene gesignaleerde aandachtspunten in een beleidsbesluit worden uitgewerkt.
1 Inleiding
Per 1 januari 2014 is in art. 28 lid 3 Wet VPB ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.